Groede

's-GRAVENPOLDER.

In 1846 of 1847 zijn hier in plaats van Ballory gekomen Jozias du Bois en Suzanna Lucieer Cornelisdochter. De man overleden 19 April 1886, de weduwe gebleven tot 1896, en toen gekomen Jacob Hubrecht de Bliek en Janneke Cappon Abrahamsdochter, die in hetzelfde jaar een nieuw woonhuis hebben gebouwd. Zij zijn in 1925 opgevolgd door hun zoon Hubrecht de Bliek en Magdalena Cappon Jannesdochter, in wier plaats in 1929 weder zijn teruggekomen Jacob Hubrecht de Bliek en Janneke Cappon voornoemd.

's-GRAVENPOLDER.

Dit is waarschijnlijk dezelfde hofstede als die, wier timmer op 17 Maart 1764 door de nagelaten kinderen van Jan Schippers en Elizabeth Foulon werd overgedragen aan hun broeder Abraham Schippers.

Den 24 Maart 1786 overleed alhier Abraham Schippers voornoemd. De weduwe Magdalena de Hullu hertrouwde 27 Januari 1788 met Jacob van Nieuwenhuijzen weduwnaar van Jacoba Dhont. De vrouw overleden 28 Aug. 1792 en in 1793 gekomen haar zoon Izaak Schippers, die later trouwde met Sara Becu. De vrouw overleden 10 Dec. 1803, de man 16 Mei 1807. In 1808 gekomen zijn broeder Jannes Schippers en Adriana van Houte. De man overleden 20 Nov. 1816, de weduwe hertrouwd 19 Nov. 1817 met Cornelis Lucieer. Dezen vertrokken in 1822 naar den molen te Nieuwvliet, thans in gebruik bij Snoep, en toen is van dienzelfden molen hier gekomen Jacob Beerens. In 1827 zijn Cornelis Lucieer en Adriana van Houte weder op deze hofstede teruggekomen. In 1834 kwamen in hunne plaats Jannes de Hullu en Elizabeth van de Plassche. De man overleden 8 Febr. 1866, de weduwe vertrokken in 1877 en opgevolgd door hare dochter Wilhelmina de Hullu en Pieter Anthonie de Roo. In 1897 is de hofstede in perceelen verkocht en dientengevolge veel verkleind. In 1898 gekomen Jacob Dierings en Suzanna van Houte. Dierings vertrok in 1912 en toen werd het hof verkocht aan Jacob Hubrecht de Bliek en Janneke Cappon, voor wie het een tijdlang bekasteleind is geworden. In 1918 gekomen Michiel Jozias Dierings en Suzanna van Lare.

's-GRAVENPOLDER.

Omstreeks 1893 zijn van dit, indertijd door hen gebouwde, hofsteedje vertrokkenPieter Anthonie Salomé en Suzanna Orlebeeke, en gebleven hun zoon Jan Philip Salomé en Adriana Lauret, op wie in 1924 gevolgd zijn hun zoon Pieter Anthonie Salomé en Jozina Lucieer.

's-GRAVENPOLDER.

In 1862 hebben Willem Salomé en Jozina Becu een hofstede gebouwd, die zij hebben bewoond tot 1899, toen in hun plaats kwamen hun zoon Pieter Salomé en Elizabeth Jozina Becu. De man overleden 15 Juni 1924.

's-GRAVENPOLDER.

In dezen polder worden verder nog eenige kleine landbouwersbedrijven aangetroffen, welke respectievelijk bewoond worden door:

Jannes van Lare en Adriana Catharina de Kraker.

Eliza Jan Bentschap Knook en Martina Schippers.

Jannes van Lare en Pieternella Lauret.

Arie van Lare en Anthonia Adriana Bentschap Knook.

Pieter Burgel en Sara de Hullu, die hier in 1929 zijn gevolgd op Jannes Buijsse en Pieternella de Gardeijn, welke er in 1924 op waren gekomen in plaats van Jacob van Lareen Tanneke Robijn.

Magdalena Schippers, weduwe van Jozias Michiel Dierings.

CLEIJHEMSPOLDER.

Den 27 April 1765 trouwde Adriana Goudvos, weduwe van Jan Cuveljé met Jacob Lako. De vrouw overleden 21 April 1791, de man hertrouwd in 1796 met Maria de Back. Lakoo verleden 24 Mei 1797, de weduwe hertrouwd 24 April 1798 met Daniel Vervate. Door hetvloeien van den WuIpenpolder op 7 December 1797 is deze hofstede aanmerkelijk verkleind.In 1801 is de schuur afgebroken en overgebracht naar de hofstede, thans bewoond door Cornelis van Gilst in den Oranjepolder onder IJzendijke. In 1814 gekomen Jacob Schippers en Suzanna Leijsenaar. De man overleden 28 December 1832, de weduwe 15 Oct. 1860. In 1861gekomen haar zoon Izaak Schippers en Magdalena Jozina Provoost.

Toen is de hofstede gescheiden en in de nabijheid een hofsteedje gebouwd voor Abraham Schippers, broeder van Izaak Schippers voornoemd, en Maria de Hullu, welk hofsteedje na het overlijden van Abraham Schippers is verkocht en vervolgens gesloopt.Magdalena Jozina Provoost overleden 24 Oct. 1892. In 1898 gebleven haar dochter Elizabeth Schippers en Adriaan Schijve. Dezen vertrokken in 1905 en opgevolgd door den broeder van de vrouw Jacobus Schippers en Magdalena Colijn. De vrouw overleden 26 Febr. 1926. In 1929 gebleven de zoon Jacobus Schippers en Anna Tannetje Brevet.

KLEINE GERARD DE MOORSPOLDER.

In 1776 is alhier gestorven Adriaan Cornelis. De weezen in het gebruik gebleven tot 1786, toen zijn gekomen Wilhelmus Wage en Anthonetta Risseeuw. In 1810 gekomen Jan Philip Salomé en Anna Francina van der Meulen. De vrouw overleden 5 Mei 1830, de man hertrouwd in 1833 met Maria Bruijnooge. Salomé overleden 26 Januari 1854. Toen is de hofstede met een deel van de landerijen eigendom geworden van zijn dochter (uit het eerste huwelijk) Jacomina Jacoba Salomé en Jacobus Houdersteijn, die haar te zamen met de door hen bewoonde hofstede hebben gebruikt. In 1877 zijn hier als pachters gekomen hun zoon Michiel Houdersteijn en Tanneke Elizabeth Casteleijn. De vrouw overleden 13 April 1902, de man 9 Nov. 1905. In 1900 gekomen hun dochter Johanna Jacomina Houdersteijn en Johannes Buijsse.

 

KLEINE GERARD DE MOORSPOLDER.

Waarschijnlijk is dit dezelfde hofstede als die wier timmer, staande op pachtland, op 29 Sept. 1713 door Mr. Hendrik Ipermans en Paulina Ipermans, douairière van Philips Jacob baron van den Boetzelaer, voor ƒ 600 werd overgedragen aan Zeger Reijlof.

In plaats van Abraham Cornelis zijn hier in 1776 gekomen zijn zoon Abraham Cornelis en Neeltje Geelhoed. In 1791 gekomen Paulus de Back en Cornelia Schrijvers. Door het vloeien van den WuIpenpolder op 7 Dec. 1797 zijn de landerijen dezer hofstede voor het grootste gedeelte verloren gegaan. De Back is omstreeks 1798 verhuisd naar Cadzand en opgevolgd door den commies Jannes Verduijn.

In 1842 gekomen Paulus Hullaert, in 1843 Adriaan Verdeghem, in 1849 Johannes Bernardus Modde, in 1858 Carolus Ludovicus Meijvaert en Maria Anthonia de Zutter, in 1880 Charles Ludovicus van Hijfte en Sophia Pieters. In 1913 is de hofstede verkocht aan Jacobus Bernardus van Damme en Louiza Wijffels, die er vervolgens zijn op gekomen.

GERARD DE MOORSPOLDER.

 

In 1768 zijn in plaats van Jacob Rinders en Cornelia van Waaijenberg gekomen Abraham Cornelis en Suzanna van Damme. De man in 1794 omgebracht door de Fransche troepen. De weduwe hertrouwd 14 Febr. 1796 met Abraham Waaijhaart. In 1802 gekomen Jannes de V1ieger en Adriana Willemse. In 1817 gebleven hun zoon Pieter de V1ieger en Elizabeth Risseeuw. De vrouw overleden 21 Sept. 1847. In 1851 gebleven de zoon Jannes de Vlieger en Maria Risseeuw. De vrouw overleden 7 Juli 1891, de man vertrokken in 1895 en in zijnplaats gekomen zijn zoon Jannes de Vlieger en Elizabeth Schaap. Na het overlijden van 'smans vader in 1905 hebben dezen de hofstede met een groot gedeelte van de landerijen gekocht. In 1926 gebleven hun zoon Jannes de V1ieger en Cornelia Catholina Verhage.

GERARD DE MOORSPOLDER.

Omstreeks 1901 hebben Theophilus Jacobus de Krijger en Maria Theresia Pietershet hofsteedje, vóór dien bewoond door Spiesens, aangekocht, vergroot en metterwoon betrokken. De vrouw overleden 4 Juni 1920, de man in hetzelfde jaar hertrouwd met Maria Amelia de Giringel. De schuur afgebrand in 1927.

PROOSTPOLDER.

Omstreeks 1891 hebben Eduardus de Maertelaere en Sophia Rosalia van de Wege het arbeidershuis van Marinus de Smidt aangekocht en te dezer plaatse een hofsteedje gebouwd. De man overleden 10 April 1928, de vrouw 10 Juni 1929.

PROOSTPOLDER.

In 1763 zijn hier in plaats van Jannes du Mez gekomen Cornelis le Feber en Janneke Coussement. De vrouw overleden 20 April 1785. Omstreeks 1790 gekomen Jozias Risseeuw Joostzoon, die op 2 Mei 1790 trouwde met Maria Mullié. De vrouw overleden 22 Aug. 1797, de man hertrouwd 9 Mei 1798 met Maria Cornelis. Dezen in 1805 vertrokken naar Schoondijke en opgevolgd door Michiel Houdersteijn en Johanna Jacomina Provoost. De vrouw overleden 13 Nov. 1825 In 1836 gebleven de zoon Jacobus Houdersteijn en Jacomina Jacoba Salomé. De man overleden 4 Febr. 1859, de weduwe gebleven tot 1877, toen gekomen Eduardus Bernardus Calon, die op 23 Dec. 1879 trouwde met Seraphina Cornelia Sturm, weduwe vanTheodorus Aldenardus de Badts. In 1883 uit St. Philipsland gekomen Leendert JacobusRoggebrand en Johanna de Wilde, op wie in 1907 gevolgd zijn Izaak Abraham Becu en Helena Dirkje van Dijke. Dezen vertrokken in 1916 naar het hof Den Eijkenboom en hebben deze hofstede laten bekasteleinen tot 1924, toen er als pachters van Hoofdplaat zijn gekomen Jan de Putter en Jozina Cornelia de Groote, die in 1927 vertrokken naar Cadzand en in wierplaats toen van Zaamslag zijn gekomen Jozias Jan Dees en Adriana Haak.

 

PROOSTPOLDER.

Op 17 Febr. 1903 overleed alhier Johannes Jacobus Provoost, en zijn weduwe Catharina Jozina van Houte 18 Oct. 1908. Gebleven hun zoon Johannes Provoost en Elizabeth Adriana Bareman, die opgevolgd zijn door Pieter Cornelis du Bois en Suzanna den Hollander, in wier plaats in 1919 uit het Land van Tholen zijn gekomen Leendert Giljam en Kaatje Bergers.

PROOSTPOLDER.

Op 1 Dec. 1717 droeg Suzanna Aillie, weduwe van Francois Sohier, deze destijds door haar bewoonde hofstede met bijbehoorende landen over aan Michel Burie en diens broeders en zusters. Op 21 Febr. 1753 droegen de erfgenamen van Laurence Burie, zuster van Michel Burie voornoemd, die weder met 76 gemeten 144 roeden eigendom over aan Francois van de Plassche en Elizabeth Sénéchal voorƒ 60 per gemet, de timmer inbegrepen. Op 3Maart 1762 droegen Lieven Buerman te Sint Kruis en ziin vrouw Elizabeth Sénéchal, tevoren gehuwd met Francois van de Plassche voornoemd, den timmer met 76 gemeten 144 roedenland voor ƒ 3000 over aan Marie Madeleine Sénéchal.

Op 19 Mei 1773 overleed alhier Jannes Cornelis Marinuszoon. De weduwe Janneke du Mez hertrouwde 14 Aug. 1774 met Isaac Schoonhaart. De vrouw overleden 13 April 1811.Omstreeks hetzelfde jaar alhier gebleven hun dochter Jannetje Schoonhaart en Johannes Risseeuw Abrahamszoon. In 1848 zijn in plaats van dezen gekomen hun zoon Johannes Risseeuw en Sara de Hullu, die in 1889 zijn opgevolgd door hun zoon Abraham Risseeuw, weduwnaar van Sara Basting. De man hertrouwd 11 Januari 1900 met Suzanna Beerens. Dezen hebben het hof een paar jaren na dien in perceelen verkocht en naderhand zijn de gebouwen gesloopt.

PROOSTPOLDER.

Omstreeks 1906 hebben Abraham Risseeuw en Suzanna Beerens hier een kleinere hofstede gebouwd. De man overleden 26 Januari 1921. In hetzelfde jaar van BiervIiet gekomen Pieter Marinus Leenhouts en Suzanna de Hullu.

PROOSTPOLDER.

In 1830 heeft Pieter van Peenen een hofstede gebouwd aan den Noordweg, waarop in 1840 zijn gekomen zijn zoon Hubrecht van Peenen en Catharina Cornelis, eerder weduwe van Simon Frelier. De vrouw overleden 29 Oct. 1847, de man hertrouwd 5 April 1848 met Saravan der Meulen. In 1848 is de hofstede gekocht door Johannes Risseeuw en Jannetje Schoonhaart en in hetzelfde jaar zijn er op gekomen hun zoon Abraham Risseeuw en Jacoba Risseeuw Joziasdochter. Dezen hebben haar in 1888 verkocht aan L. Moelker te Tholen. In 1889 gekomen van Poortvliet Cornelis Manneke en Jozina Neeltje Goedegebuure. De vrouw overleden 22 April 1916. In 1917 gebleven de zoons Mattheüs Cornelis en Willem Jacob Manneke. Later is in het gebruik gebleven Mattheüs Cornelis Manneke voornoemd, gehuwd met Martina Jacoba Leenhouts. De vrouw overleden 25 Mei 1924. De man hertrouwd 20 Nov. 1924 met Cathalijntje Goossen. In 1926 zijn zij vertrokken naar Canada en in 1927 van Oostburgherwaarts verhuisd 's mans broeder Jan Abraham Manneke en Sara Schijve.

PROOSTPOLDER.

Op het arbeidershofsteedje, vroeger bewoond door Jacob Hermenet, is omstreeks 1901 een nieuwe timmer gebouwd door Eduardus Joannes Pieters en Rosalia Roeland, die er op hebben gewoond tot 1910, toen zij zijn opgevolgd door hun zoon Jacobus Bernardus Pietersen Emelia Maria van den Bussche, in wier plaats in 1920 van Den Hoek zijn gekomen Jozias de Jonge en Magdalena Keukelaar.

 

PROOSTPOLDER.

Omstreeks 1914 hebben Leendert de Wilde en Elizabeth Suzanna du Bois hier een hofstede gebouwd en metterwoon betrokken. In 1918 zijn in hun plaats gekomen Petrus Jacobus van de Waeter en Julia Braet. In 1923 gebleven hun zoon Richardus Joannes Arnoldusvan de Waeter en Celesta Rosalie Marie van de Vijver.

DE CATSHOEVE.

Op deze hofstede, waarvan het huis blijkens de jaarankers van 1614 dagteekent en gebouwd is door Jacob Cats, woonden omstreeks 1650-1658 Jan Tack en Claartje Pieters. Dezen zijn vermoedelijk opgevolgd door hun zoon Abraham Tack, die achtereenvolgens gehuwd is geweest met Janneke Krocké en Anna Dirixs Bost. Abraham Tack overleed in 1666, Anna Dirixs Bost in 1667. Later heeft hier gewoond Elizabeth Tack, dochter van voornoemden Abraham Tack, die gehuwd is geweest eerst met Jan van Craaijmeersch en naderhand met Pieter de Vuijst. Op 24 Juli 1674 verpachtten de erfgenamen van Elizabeth Cats, dochter van Jacob Cats hooger genoemd, deze hofstede met 141 gemeten 183 roeden land voor 9 gulden per gemet aan het echtpaar De Vuijst-Tack. Elizabeth Tack overleed in 1678, de manhertrouwd in 1679 met Catharina Standaert. Hij overleed in 1704.

In Februari 1714 komt als bewoner der Catshoeve voor Boudewijn Faas.

In 1775 is van deze hofstede naar Schoondijke vertrokken Christiaan van Overbeeke en in zijn plaats gekomen Leendert Verplanke. In 1804 van Schoondijke gekomen Jannes de Visser. In 1809 is het grootste gedeelte van de landerijen van het hof afgegaan.In 1823 gekomen Adriaan Provoost en Cathalijntje Faro. De vrouw overleden 2 Oct. 1828, de man later hertrouwd met Leijntje du Bois. Provoost overleed 25 Maart 1868, waarna de hoeve is verkocht aan Cornelis Willem Cijsouw en Neeltje Luteijn Basting te IJzendijke en vervolgens eenige jarenlang bekasteleind door hun zoon Hendrik Adriaan Cijsouw en Magdalena Leenhouts. In 1885 zijn Cornelis Willem Cijsouw en Neeltje Luteijn Basting hierzelf komen wonen. De vrouw overleden 26 Jan. 1886, de man 19 Maart 1905. De timmer is toen met eenige landerijen gekocht door Johannes Risseeuw, molenaar te Groede, en Maria Becu,die hier hebben gewoond tot 1915, toen in hun plaats zijn gekomen hun dochter Jannetje Risseeuw en Adriaan Izaak D'Hont.

 

In 1924 zijn Adriaan Casteleijn en Adriana Notebaart van dit, eenige jaren tevoren door hen gebouwde, hofsteedje vertrokken en in hun plaats gekomen Marinus Verhulst van Camperland en Wilhelmina Reijnierse van Grijpskerke.

Op 17 Maart 1782 overleed hier Abraham de Koker die opgevolgd is door zijn zoon Jannes de Koker en Magdalena van de Vijver. In 1800 gekomen Adriaan de Priester en Levina de Muijnck, in 1814 Izaak Schijve en Magdalena Mullié. In 1827 zijn hier van onder Biervliet gekomen Jozias van Houte en Sara Leenhouts. De man overleden 16 Dec. 1862, de weduwe vertrokken naar Sint Kruis in 1868. In haar plaats gekomen Zeger Cornelis en Sara Risseeuw. De vrouw overleden 1 Febr. 1876, de man hertrouwd 28 Mei 1883 met Johanna Maria Lucieer. De man overleden 11 Sept. 1896. In 1897 is het hof gekocht door Cornelis Fremouw te Groede en in gebruik genomen door Izaak Cornelis Pieterszoon en Johanna Jacoba Brakman. In 1926 gebleven hun zoon Pieter Cornelis Cornelis en Maria Risseeuw.

 

Op dit gedoe, eertijds een herberg genaamd De Schuddebeurs, hebben achtereenvolgens gewoond Samuel le Cocq, Pieter Bernardus Albregts en Catharina de Kramer.In 1908 zijn in plaats van Albregts gekomen Augustus Bernardus van Hijfte en Leonia Mariavan Acker.

HET HOF WELGELEGEN.

 

In 1790 zijn hier op Pieter Porrey gevolgd diens neef Pieter Porrey en Maria de Smidt. De vrouw overleden 31 Dec. 1813, de man hertrouwd 1 Febr. 1815 met Maria Janssen, weduwe van Izaak van Melle. De man overleden 9 Sept. 1817 en gebleven zijn dochter Maria Cathalijntje Porreij, die op 22 April 1818 trouwde met Salomon van Houte, weduwnaar van Elizabeth de Hullu. Van Houte overleden 14 Mei 1818, de weduwe hertrouwd 22 Maart 1819 met Abraham Claerbaut Janszoon. Deze man overleden 18 April 1862, de weduwe 28 Maart 1872. Toen is de hofstede door vererving eigendom geworden van haar zusters zoon Johannes Jozias Aalbregtse, gehuwd met Anna de Hullu Pietersdochter. Dezen hebben hier geboerd tot 1883,toen de hofstede met 51 gemeten land voor ƒ 17000 publiek is verkocht aan de gebroeders Pieter en Abraham Luteijn te Zuidzande, welke haar hebben verpacht aan hun neef Pieter Luteijn Davidszoon, die op 25 Januari 1888 huwde met Maria Cornelis. In hun plaats zijn in 1916 gekomen Johannes Cornelis en Jozina Elizabeth Becu.

Bij deze hofstede staat op de, omstreeks 1651 - 1662 door Jacob Mogge vervaardigde, kaart van onze streek aangeteekend: "Boetzelaer," zij zal toen hebben toebehoord aan de familie Van den Boetzelaer, die verwant was aan Jacob Cats. Volgens Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek II blz. 538, zouden omtrent het jaar 1840"de sporen van het op dat goed gestaan hebbende kasteel nog zichtbaar" zijngeweest "In een ouden, gedeeltelijk gevulden, vijver of afdelving rond de"destijds "op dien grond

staande boerenhofstede," welke "in eigendom toebehoorde aan den heer Jacob Roels te Brugge." In 1775 is hier in plaats van de weduwe Izaak Janssen gekomen Abraham de Visser. De Visser overleed 9 Sept. 1794, zijn weduwe Alberdina Tack 17 Sept.1794. In 1796 gekomen Jannes Masclee, die op 29 Aug. 1804 trouwde met Sara de Groote. In1825 gekomen Joannes Franciscus de Badts, geboortig van Houcke, die getrouwd is geweest met Isabella Francisca Mengé en in 1859 van hier vertrok. Hij is toen opgevolgd door zijn zoon Theodorus Aldenardus de Badts en Seraphina Cornelia Sturm. De man overleden 4 October 1878, de weduwe 23 Dec. 1879 hertrouwd met Eduardus Bernardus Calon. Calon overleden 4 Sept. 1882. In 1883 gebleven de zoon Emilius Gustavus Achillus de Badts, in wiens plaatsin 1884 uit Sint Annaland zijn gekomen Jacob Bruijnzeel en Wilhelmina Johanna Geluk. In1900 is de hofstede gekocht door Jannes Baptiste Becu en Suzanna Janneke de Hullu. Na een tijd lang bewoond te zijn geweest door een arbeider zijn er in 1904 op gekomen hun zoon Jannes Baptiste Becu en Maria de Hullu, voor wie in 1912 tegen den klinkerweg een nieuwe timmer is gebouwd. Sedertdien zijn van dit hof geen paarden meer afgegaan. In 1929 is hier een nieuw woonhuis gebouwd.

Omstreeks 1912 zijn Jannes Baptiste Becu en Maria de Hullu van de hiervóór vermelde hofstede verhuisd naar eene nieuwe, die zij in datzelfde jaar vlak bij den klinkerweg hebben gebouwd.

In 1753 woonden hier Jannes Lombaard en Sara den Dekker. De hofstede was toen eigendom van Francoise van den Bussche, weduwe van Pieter van de Capelle; deze droeg ze op 17 Nov. 1753 met de plantage en 82 gemeten 218 roeden land over aan Servaas Loke voor ƒ 60 per gemet, timmer en plantage inbegrepen. Lombaard overleden 11 Mei 1762, de weduwe later hertrouwd met Pieter Versprille. Versprille overleed 31 Jan. 1793. Op 18 Maart 1793 verkocht de toenmalige eigenaar Hennequin den timmer voor omtrent ƒ 7680 aan Cornelis Hendriks. Deze man stierf 19 April 1806. De weduwe Janneke Klaaijsen is hier gebleven tot 1812, en opgevolgd door haar zoon Cornelis Hendriks, die in 1814 trouwde met Suzanna van Peenen. In 1833 gekomen Izaak de Roo Abrahamszoon en Magdalena de Hulster. Devrouw overleden 17 Maart 1861, de Roo 2 Mei 1865. Het hof is daarop door de kinderenbeboerd tot 1870, toen een hunner, n.l. Abraham de Roo, er op gebleven is. Deze trouwde op 19 April 1871 met Jacomina Jacoba Houdersteijn. In hun plaats zijn in 1884 uit Poortvliet gekomen Jacob Cornelis Elenbaas en Neeltje van der Wiele, die in 1889 zijn opgevolgd doorAalbert Tol en Jannetje Molendijk, afkomstig uit Zuid-Holland. Na dezen zijn hier in 1890uit Zuid Beveland gekomen Marcus van Strien en Leijntje Johanna de Regt. In 1913 gebleven hun zoon Steven van Strien en Jozina de Bruijne, wier vader Abraham de Bruijne te Cadzand de gebouwen met de helft van de landerijen heeft gekocht.

Omstreeks 1904 hebben Jacobus Marsille en Aaltje van Lare van het zoogenaamde Hoenderhuisje een hofsteedje gemaakt, waar zij vervolgens zijn komen wonen. De vrouw overleden 19 Juli 1918.

In 1865 zijn van dit hofsteedje naar Nieuwvliet vertrokken Abraham de Hullu en Neeltje Andriessen. Daarna hebben er eenige arbeiders gewoond, totdat er in 1875 op zijn gekomen hun zoon Izaak de Hullu en Cornelia Catsman, die in 1893 zijn opgevolgd door 'smans broeder Jacobus de Hullu en Maria Risseeuw Zegersdochter. In 1917 gebleven hun zoon Abraham de Hullu Jacobuszoon en Sara Maria Leenhouts.

In 1913 hebben Marinus de Wilde en Catharina Casteleijn in den Isenpolder een hofsteedje gebouwd, dat zij bewoond hebben tot 1925, toen zij zijn opgevolgd door Jacobus Casteleijn en Vina Aalbregtse.

In 1920 zijn hier in plaats van Jacobus le Grand, die dit hofsteedje eenige jaren te voren had gebouwd, gekomen Pieter Egbert Schieman en Anna Goossen.

HET HOF SCHOONEWALLE,

 

alias DEN MEIJENBERG.

Op deze hofstede woonden in 1649 Gerrit Janssen van Valkenburg en Aagje Janss.Zij verkochten den timmer, met de baning van 53 gemeten 104 roeden pachtland, op 10 Nov.1649 voor ƒ 2350 aan Paulus de Puijt, afkomstig uit den omtrek van Yperen, die gehuwd was met Maaiken van der Grote. Voor pacht moest toen jaarlijks worden betaald ƒ 13per gemet en ieder jaar een vet varken of in plaats daarvan ƒ 24. Na het overlijden van Paulus de Puijt hertrouwde Maaiken van der Ghote op 18 Aug. 1652 met Joost Nuijting, geboortig van Langemark bij Yperen.

In 1686 woonde hier Jan Faas, die den timmer met de baning van 57 gemeten 224 roeden pachtland op 3 Juni 1686 overdroeg aan Jacob Janss. Voor ƒ 1800.

Op 22 Dec. 1702 droeg David le Quoy (Lako) den timmer met 100 gemeten pachtland over aan de echtelieden Pieter Beun en Elizabeth Slock voor ƒ 1500.

Op 24 Oct. 1732 verkochten Jan de Koker en zijn vrouw Magdalena Valcke, laatst weduwe van Marinus van Overbeeke en te voren van Pieter Beun, den timmer en de plantagemet de baning van 57 gemeten pachtland voor ƒ 800 aan Pieter le Cointre.

Den 28 Sept. 1756 droeg Cornelis Damme, oudschepen van Vlissingen, den timmermet den eigendom van 57 gemeten land voor ƒ 4644 over aan Jacob van Cruijningen.

In 1773 is hier blijkens de jaarankers een nieuw woonhuis gebouwd.

In 1792 zijn van hier vertrokken Paulus van Cruijningen en Cornelia Francina Buerman. Later hebben er gewoond Abraham Salomé en Maria Clarisse. Salomé overleden 13Juni 1803, de weduwe hertrouwd 15 Aug. 1804 met Abraham Cornelis Izaakszoon. Dezen vertrokken in 1806 en opgevolgd door Abraham de Roo en Maria Salomé, eerder weduwe van Isaac Poisonnier. De vrouw overleden 29 Januari 1820, de man 11 Sept. 1843. Toen gebleven hun zoon Abraham de Roo en Magdalena Schippers. De man overleden 20 Oct. 1861, de weduwe in 1870 opgevolgd door haar neef Izaak de Roo Izaakszoon en Jozina Verhage. De vrouw overleden 19 Januari 1872, de man hertrouwd 21 Mei 1873 met hare zuster Magdalena Verhage.In 1885 in plaats van de Roo uit Poortvliet gekomen Jan Dijke en diens zuster Maria Dijke, weduwe Marinus de Wilde. Maria Dijke overleden 18 Mei 1907, Jan Dijke 15 Febr. 1912. In1912 gekomen Abraham Bouwens Pieterszoon en Sara Risseeuw. In 1913 is er een nieuwe schuur gebouwd. De vrouw overleden 27 Mei 1916, de man hertrouwd 25 Oct. 1917 met Jozina Salomé Willemsdochter. Dezen vertrokken in 1928 en uit Zuid-Beveland in hun plaats gekomen Michiel Pieter de Visser en Neeltje Boone.

In 1877 hebben Jannes de Hullu en Elizabeth Bouwens een hofstede gebouwd, welke zij bewoond hebben tot 1902. Toen gebleven hun zoon Pieter de Hullu en Elizabeth Frelier.In 1922 zijn in hun plaats gekomen Jannes Bouwens Pieterszoon en Elizabeth Suzanna Haartsen Jacobsdochter.

In 1771 zijn in plaats van Jan de Groote van Zuidzande gekomen Isaac le Mahieuen Anna Casteleijn. De man overleden 12 Nov. 1773, de vrouw hertrouwd 19 Febr. 1775 met Abraham van Peenen. De vrouw overleden 18 April 1793 en gebleven de zoon Louis le Mahieu en Suzanna Cornelis. De man overleden 11 Dec. 1801, de weduwe hertrouwd 31 Sept. 1802 met Wouter Franke. In 1815 gekomen Jacob Meulendijk, in 1830 Hubrecht van Peenen en Cathalijntje Ouwerkerk. In 1845 zijn uit den Henricuspolder onder Oostburg hierheen verhuisd Carolus Joannes Quataert en Barbara Theresia van Leeuwe. De man overleden in Nov.1872. In 1882 gebleven de zoon Carolus Joannes Quataert, die overleed 13 Oct. 1889. In1890 gekomen Petrus Mabesoone en Amelia Sophia van Hijfte. In 1908 van Waterlandkerkje gekomen Joannes Bernardus Dossche en Sophia Mabesoone. De vrouw overleden 26 Maart 1920. In 1929 gebleven de zoon Augustinus Dossche en Marguérite Louise Maenhout.

Den 14 Dec. 1776 overleed alhier Pieter de Blaeke, de weduwe gebleven tot 1779 en opgevolgd door Jacobus Duijck, die omstreeks Mei 1780 trouwde met Maria le Grand. De man overleden in 1796 of 1797. De weduwe hertrouwd in 1798 met Abraham Cornelis. In hetzelfde jaar gekomen Abraham van Est, in 1802 Jannes de Lijser en Maria Duijck. De vrouw overleden 21 Nov. 1803, de man hertrouwd 26 Maart 1806 met Maria Suzanna Verplanke. De Lijser overleden 28 Juni 1810 en opgevolgd door Hubrecht van Peenen en Cathalijntje Ouwerkerk. In 1830 zijn de landerijen bij de naaste hofstede gevoegd en de gebouwen van deze gesloopt.

Den 13 Febr. 1782 overleed alhier Jannes de Lijser, die in 1771 als weduwnaar van Elizabeth de Reu hertrouwd was met Magdalena Adriaansen, en in wiens plaats toen gekomen zijn Abraham van Houte Pieterszoon en Sara van Overbeeke. In 1804 gekomen Pieter Mullié en Elizabeth Sanders. De man overleden 16 Januari 1813, de weduwe hertrouwd 16 Dec. 1813 met Abraham Hubrecht Risseeuw. Risseeuw overleden 7 Sept. 1825, de weduwe andermaal hertrouwd 25 Nov. 1830 met Jannes Rookus, smid te Groede, en gebleven haar zoon Isaac Mullié en Aaltje Schoonhaart. Dezen zijn in 1851 vertrokken naar Noord-Amerika. Daarop is de hofstede verkocht aan Jacobus Bernardus Lippens en Francisca Isabella Calon,die hierheen zijn verhuisd uit den Mariapolder onder Biervliet. De man overleden 10 Oct.1859 en in 1864 gekomen zijn broeder Joannes Martinus Lippens. In 1874 is de hofstedeverkocht aan een Belgischen eigenaar en zijn er van Terneuzen op gekomen HubrechtVercouteren en Tanneke de Feijter, op wie in 1878 zijn gevolgd Mattheüs Abraham van Houteen Sara Johanna Risseeuw. De vrouw overleden 14 Oct. 1885. In 1887 gekomen Anthonie Hoste Anthonieszoon en Suzanna Buijsse, die het hof in 1900 hebben gekocht. In 1922 gebleven hun zoon Jacobus Hoste en Maria Christina Quist.

Omstreeks 1922 hebben Izaak Casteleijn en Sara Albregts een hofsteedje gebouwd,dat zij alsnog bewonen.

Op 16 Juni 1751 droeg Hillegonda van Veenvelt, weduwe van Jacobus du Rie, den timmer dezer hofstede met de plantage voor ƒ 1800 over aan Daniel du Rie Isaacszoon te Groede. Laatsgenoemde heeft er waarschijnlijk geboerd. Op 29 Juli 1760 droegen hij enzijn vrouw Martha Wage den timmer met den eigendom van 98 gemeten 212 roeden land voor 52½ gulden per gemet of in totaal ƒ 5182 over aan Jannes van Cruijningen en Janneke Boidin. Dezen hebben hier gewoond tot 1763, toen zij beiden overleden zijn, de man op 8 Aug., de vrouw op 30 Oct. 1763. Hun erfgenamen droegen het hof op 24 Febr. 1764 met den eigendom van 109 gemeten 264 roeden land voor ƒ 6937.60 over aan Hubrecht van Peenen. In 1764 gekomen Abraham Vermeulen en Sara Lansen, in 1778 Abraham van Peenen, zoon van Hubrecht van Peenen voornoemd, en Pieternella de Mersseman. Dezen zijn in 1781 vertrokken naar Cadzand en opgevolgd door Jannes de Lijser en Magdalena Steijaard. De vrouw overleden 17 Febr. 1787, de man hertrouwd 11 Nov. 1788 met Maria Duijck. In 1802 in hun plaats gekomen Izaak de Hulster Anthonies zoon en Adriana van Peenen Pietersdochter. In 1832 gebleven hun zoon Anthonie de Hulster, die gehuwd is geweest met Cornelia Jannetje Risseeuw. De man overleden 17 Dec. 1856, de weduwe 3 April 1872. In hetzelfde jaar gekomen hare dochter Adriana de Hulster en Cornelis Tromp, die er gewoond hebben tot 1885. In ditjaar is het hof verkocht aan Izaak Risseeuw en Elizabeth Cornelia Almekinders te Schoondijke en zijn hier van onder Schoondijke gekomen Pieter Leenhouts en Sara Almekinders. De vrouw overleden 3 April 1888, de man hertrouwd omstreeks 1890 met Suzanna Versprille. In 1895 heeft de toenmalige eigenaar er nog 36 gemeten bij gekocht, en in 1912 zijn hier in plaats van Leenhouts gekomen Willem Jacobus Risseeuw en Suzanna Luteijn. In 1926 is hier een nieuw woonhuis gebouwd.

HET HOF ZAEMSLACH.

Omstreeks 1435 stond hier een slot met kapel, het Hof van Zaemslach geheeten, dat destijds in eigendom toebehoorde aan Floris, heere van Zaamslag nabij Terneuzen en schout van Lokeren. Het lag in de parochie van Nieuwkerke.

In 1759 woonden hier Jean de Hullu en Marie Claerbaut. De man overleden 7 Januari 1767, de weduwe hertrouwd in 1768 met Jan Schippers. De vrouw overleden 12 Januari 1771, Schippers hertrouwd 8 Augustus 1773 met Pieternella de Kok. De man overleden 10 Mei1783, de weduwe hertrouwd met Jannes Goethals. In 1786 gekomen Izaak Lombaard en Elizabeth van Peenen. De vrouw overleden 9 Dec. 1792, de man hertrouwd 28 Sept. 1793 met Jacoba Orlebeeke. Lombaard overleden 27 Juni 1794, de weduwe hertrouwd 5 April 1795 met Jannes van de Vijver. In 1832 gekomen diens dochter Johanna Jacoba van de Vijver, eerder weduwe van Abraham Lombaard, en toen gehuwd met Jacob Tromp. De vrouw overleden 17 Aug. 1866, Tromp 25 Sept. 1868. Daarna gekomen hun zoon Izaak Tromp, die op 28 April 1869 trouwde met Jozina Leenhouts. De vrouw overleden 16 Mei 1871, de man later hertrouwd met Tanneke Almekinders. Izaak Tromp overleden 4 April 1886. In 1887 is het hof verkocht aan L.Moelker te Tholen en zijn er gekomen Abraham Leenhouts en Maria Tromp, op wie in 1896 zijn gevolgd Abraham Salomé en Sara Cornelis. In hetzelfde jaar is er een nieuwe schuur gebouwd. In 1911 is Salomé vertrokken naar Zuidzande en zijn er uit het land van Tholengekomen Cornelis Leendert Geluk en Johanna Hage, in wier plaats in 1917 uit het land van Axel herwaarts zijn verhuisd Daniel van Cadzand en Janna Dieleman. Dezen vertrokken in1918 naar Cadzand, waarna hier zijn gekomen eenige kinderen van den toenmaligen eigenaarJacob Hubrecht de Bliek. In 1922 kwamen er wonen Jacobus Johannes Nieuwenhuijse enStoffelina Leijntje van Strien, die in 1925 verhuisden naar Zuidzande en opgevolgd zijndoor Jacob Hubrecht de Bliek en Janneke Cappon. Dezen hebben in 1927 een nieuw woonhuis gebouwd. In 1929 hebben zij de hofstede verkocht en in hetzelfde jaar zijn zij vertrokken naar den 's-Gravenpolder. Op hen zijn toen gevolgd Pieter van Driel en Cornelia Wolfert, beiden afkomstig uit het land van Axel.

Omstreeks 1850 zijn op het hofsteedje, te voren bewoond door De Back, gekomen Zeger Cornelis Janszoon en Suzanna Magdalena Verhage. De man overleden 21 Mei 1856, de weduwe hertrouwd 9 Dec. 1857 met Abraham Lauret. De man overleden 22 Mei 1894, de vrouw 31Mei 1912. Omstreeks 1922 is hier in plaats van hunne kinderen Clement en Suzanna Lauret gekomen Francina de Witte, weduwe van Jannes Casteleijn.

Op het hofsteedje, alhier gebouwd door Leendert de Wilde en Jacomina Aarnoutseen door hen bewoond tot 1921, zijn alsdan gekomen Pieter Abraham van Laere en Maria Elias.

In 1792 zijn hier van Den Meijenberg gekomen Paulus van Cruijningen en Cornelia Francina Buerman. Zij vertrokken in 1797 naar Schoondijke en zijn opgevolgd door Abraham Cornelis Adriaanszoon en Maria le Grand. De man overleden omstreeks 1806. In hetzelfde jaar zijn hier van Den Meijenberg gekomen Abraham Cornelis Izaakszoon en Maria Clarisse eerder weduwe van Abraham Salomé. De man overleden 14 Dec. 1843 en alhier gebleven zijn stiefzoon Abraham Salomé. In 1846 gekomen Adriaan de Roo en Johanna Scheele, in 1852 Abraham Brevet en Maria Scheele, in 1860 Izaak Mazure en Johanna Karels. Mazure overleden21 Dec. 1867. In 1868 gekomen Pieter Cornelis Zegerszoon en Adriana Cathalijntje Poissonier. In 1872 is de schuur afgebrand door het onweder. In 1897 gebleven de zoon Pieter Cornelis en Wilhelmina Luteijn. Dezen in 1908 verhuisd naar Zuidzande en in hun plaats gekomen Johannes Cornelis en Jozina Elizabeth Becu, die in 1916 vertrokken naar het hof Welgelegen. In hetzelfde jaar is de hofstede gekocht door Izaak Abraham Becu en Helena Dirkje van Dijke, die ze hebben laten bekasteleinen en er een vlasfabriek op hebben gesticht. De fabriek is in 1922 afgebrand, en in 1923 zijn hier gekomen Johannes Anthonie Hoste en Maria Suzanna Dreve.

 

In 1873 hebben Pieter de Hulster en Elizabeth Tromp het vroegere zoogenaamde Visschershuis vergroot, daar een schuur bij gebouwd, hun aandeel in de hofstede van 'smans moeder wijlen Cornelia Jannetje Risseeuw, weduwe Anthonie de Hulster, daaraangetrokken en zich hier metterwoon gevestigd. In 1894 is dit gedoe met 14 gemeten landverkocht aan Izaak Leenhouts en Suzanna Leenhouts, die er toen zijn komen boeren. De man overleed 25 Oct. 1906. In 1907 is het hofsteedje verkocht aan Jozias de Putter en Elizabeth de Somer, die toen uit het land van Axel hierheen verhuisd zijn.

In 1873 hebben Izaak de Hulster, destijds molenaar te Scherpbier, en Maria Janna Casteleijn op 's mans aandeel in de hofstede zijner moeder, wijlen Cornelia Jannetje Risseeuw weduwe Anthonie de Hulster, een hofstede gebouwd, die zij metterwoon hebben betrokken. De man overleden 24 April 1902. In 1908 is het hofsteedje verkocht en zijn ervan IJzendijke op gekomen Bruno Goossens en Emerantia Maria Veesaert. Dezen vertrokken in1929 en zijn opgevolgd door Amandus Raes en Delphina Maria de Smet.

In 1900 zijn alhier inplaats van Suzanna Beerens, weduwe van Izaak Porrey, gekomen haar zoon Izaak Porrey en Anna Verhage.

Op 19 Maart 1835 hertrouwde Pieter Aarnoutse, weduwnaar van Apollonia de Ruijsscher, met Laurina Hendrika Rijks, weduwe van Adriaan de Smidt. De vrouw overleden 2 Januari 1843, de man hertrouwd 24 Febr. 1847 met Janna Vermeulen, weduwe van Hendrik Brakman. De man gestorven 5 October 1858, de weduwe 24 Juni 1867. Toen gebleven de zoon Pieter Johannes Aarnoutse en Anna Francina Houdersteijn. De man overleden 20 Juli 1878. In 1901 gebleven de zoon Jacobus Johannes Aarnoutse, gehuwd met Adriana van de Vijver.

In 1787 hebben Izaak Baas en Sara Labijt een hofsteedje gebouwd, waarop zij vervolgens hebben gewoond. In 1794 gekomen David Houtzager, in 1808 Pieter Stoulenhooft.In 1832 is het verkocht aan den baron de Drack, een Belgisch grondeigenaar, en in hetzelfde jaar gepacht door Jacobus Franciscus de Neuckere en Francisca Cruijsse. In 1845 gekomen Seraphinus Smissaert en Maria Theresia Scham, in 1851 Petrus Romanus van den Hemel, die in 1852 trouwde met Albertina van Damme. In 1890 gekomen de zoon Theophile van den Hemel en Mathilda Johanna de Bruijckere. Dezen hebben het hof in 1900 gekocht en zijn in 1918 opgevolgd door hun zoon Camillus Eduardus van den Hemel en Louisa MariaDusarduijn.

 

DE BLAUWE HOEVE.

Op 5 Mei 1767 droeg Catharina Henrietta van Tilburg, weduwe van Jacobus Loke,voor ƒ 3360 over aan Petrus Gansel "een hofsteedje of buitenplaatse met zijn heeren- en boerenhuis genaamd De Blauwe Hoeve."

In 1793 heeft de weduwe van Petrus Gansel deze hofstede verkocht aan Abraham Looijsen en Jannetje du Rie, die haar wel in gebruik hebben gehad doch niet bewoond. In 1814 gekomen de zoon Abraham Looijsen en Janneke German. De vrouw overleden 13 Mei 1832,de man omstreeks 1833 hertrouwd met Maria de Bert. In 1849 is het hof gekocht door Anthonie de Hulster en Cornelia Jannetje Risseeuw. In 1855 zijn er op gekomen hunne dochter Adriana de Hulster en Cornelis Tromp, op wie in 1873 gevolgd is haar zuster Jozina de Hulster, weduwe van Clement Cornelis Verhage, die op 4 Nov. 1874 hertrouwde met Jacob Verhage, broeder van Clement Cornelis Verhage voornoemd. In 1905 gebleven de zoon Jacob Verhage Jacobszoon en Maatje Leenhouts.

Omstreeks 1860 zijn hier in plaats van Jannes Verhage en Janneke Tromp gekomen's mans broeder Pieter Verhage en Francina Riemens. De vrouw overleden 10 April 1907. de man 10 Aug. 1918. Sedert wonen er hunne kinderen Pieter, Abraham en Adriana Verhage..

In plaats van Cornelis Brakman Corneliszoon en Jozina Verhage zijn hier in 1901 gekomen 's mans zuster Jacoba Johanna Brakman en Hendrik Adriaan Cijsouw, die in 1929 zijnopgevolgd door hun zoon Cornelis Cijsouw en Maria van Cruijningen.

In 1914 hebben Alphonsius Alouisius Quataert en Julia Clementina Cuelenaere een hofsteedje gebouwd, waarop in 1920 in hunne plaats zijn gekomen Achillus BernardusGeeraert en Julia Maria Nuijtens.

 

Op dit gedoe is den 23 Februari 1887 overleden Johanna Jacoba Tromp, wier manCornelis Brakman Christiaanszoon er in 1901 is opgevolgd door zijn zoon Cornelis Brakman en Jozina Verhage.

Na achtereenvolgens bewoond te zijn geweest door Cornelis Butler en diens zoon Jozias Butler en Suzanna van Dale, van welke Jozias Butler overleed 24 Januari 1923, zijn op dit gedoe in 1923 gekomen Izaak Cornelis Butler, zoon van Jozias Butler voornoemd, en Johanna Adriana Cornelis Izaaksdochter.

Op Anthonie de Hulster, die hier den 24 Februari 1909 overleed, en Maria Brakman zijn in datzelfde jaar gevolgd hunne dochter Cornelia de Hulster en Izaak de Roo Pieterszoon.

Na Pieter Anthonie Cornelis en Johanna du Mez zijn hier in 1888 gekomen Jacobus Manhave en Maria Hermenet, en na dezen in 1890 Christiaan Brakman Corneliszoon en Catharina Haartsen. De man overleden 15 Juli 1906, en in hetzelfde jaar gekomen Christiaan Brakman Hendrikszoon en Johanna Verhage.

Omstreeks 1860 woonde op dit koehoudersbedrijf Johannes de Hondt. Naderhandhebben er gewoond Abraham Leenhouts en Maria Tromp, die in 1887 vertrokken naar het hof Zaemslach.

Nadien hebben in het huis verschillende personen gewoond, zonder het koehoudersbedrijf uit te oefenen. In 1898 is dit weder opgevat door Michiel Aarnoutse en Kornelia Poissonier, die er thans nog wonen.

Omstreeks 1910 hebben Izaak Jacob Herman en Janna Dina Pieternella Monié langs den klinkerweg naar Breskens een koehoudersbedrijf gebouwd, dat nog steeds door hen wordt bewoond.

 

In 1903 hebben Jozias Cijsouw en Janneke Rookus een hofsteedje gebouwd, dat zijbewoond hebben tot 1928, toen in hun plaats zijn gekomen Willem Jacob Manneke enWilhelmina Schijve.

 

Omstreeks 1913 hebben Charles Louis Braet, Désiré Braet en hun beide zusters een hofsteedje gebouwd, waarheen zij van het hof Harderzee zijn verhuisd. Charles Louis Braet overleden 12 Febr. 1926, Amelie Braet 26 Juni 1927, Désiré Braet 7 Nov. 1927.

In 1928 gekomen Cornelis Brakman en Suzanna Maria Leenhouts.

Op 16 Juli 1769 trouwde Andries Looijsen met Levina van Damme, weduwe van Abraham den Dekker. De man overleden 3 Febr. 1803, de weduwe hier gebleven tot 1809, en opgevolgd door haar zoon Jacob den Dekker en Janneke van Houte. Dezen vertrokken naar Cadzand in 1823, en in hun plaats gekomen Francies Vermast. Van 1826 tot 1847 heeft de eigenaar Adriaan van Geelkerken, destijds burgemeester van Groede, het hof laten bekasteleinen. In 1847 gekomen Abraham Becu en Jozina de Bruijne. Dezen vertrokken in 1861, en gekomen Abraham Risseeuw Pieterszoon en Janneke Risseeuw Izaaksdochter, die in1880 zijn opgevolgd door Hendrik Adriaan Cijsouw en Magdalena Leenhouts. In 1913 is de timmer met 80 gemeten land gekocht door Abraham Bliek te Biervliet. In 1914 gekomen diens zoon Jacobus Bliek en Maria Pieternella Dieleman. In 1918 zijn dezen vertrokken, enopgevolgd door Jacobus Dieleman en Levina Magdalena Dees, die in 1919 verhuisden naar Schoondijke nadat Dieleman het hof weder verkocht had aan Izaak Abraham Becu en Helena Dirkje van Dijke. Becu heeft de hofstede wel beboerd doch niet metterwoon betrokken en zijn 1920 weder verkocht aan Leonard van 't Westeinde de en Cornelia de Jonge, die toen uit den Bewestereedepolder hierheen zijn verhuisd. De vrouw overleden 27 Dec. 1926.

Omstreeks 1870 hebben Abraham Luteijn en Jozina Catharina van Houte hier een hofsteedje gebouwd. De man overleden 1 Oct. 1884, de weduwe vertrokken in 1885 en van Waterlandkerkje gekomen Joannes Franciscus Wijffels en Ludovica Sophia Thomaes. De man overleden 5 Dec. 1885, de vrouw vertrokken in 1895 en opgevolgd door Maria van de Vijver, weduwe Verschoore. In 1921 gebleven haar zoon Theophilus Ignatius Verschoore en Maria Francisca Angelina van de Waeter.

Op dit hofsteedje overleed op 1 Juli 1880 Joannes Franciscus de Badts. Later heeft er gewoond Jacobus Risseeuw, weduwnaar van Jozina Scheele, en in 1886 is er opgekomen Amelia Sophia Jansens, weduwe van Pieter Joannes Franciscus Tas. Deze overleed 9Aug. 1980. Hare kinderen zijn hier blijven wonen tot 1911, en opgevolgd door Jacob Pieter de Ligny en Maria Luteijn.

Op 12 Mei 1763 overleed alhier Jean de Hullu. In 1764 gekomen Jozias Machielsen, in 1771 Cornelis Leijs, in 1793 Adriaan Versprille, die gehuwd is geweest met Maria van Peenen, in 1796 Abraham den Dekker, in 1802 Bernardus de Buck, geboortig van Moerkerke. De Buck overleden 1 Juli 1810, de weduwe Martha Francisca van Waes hertrouwd 13Nov. 1811 met Joannes van Nieuwenhuijze, mede geboortig van Moerkerke. In 1820 is er een nieuw woonhuis gebouwd. In 1842 gekomen Joannes Baptiste van Quekelberghe en CorneliaFrancisca Dierkx. De vrouw overleden 19 Maart 1849, de man hertrouwd 17 April 1850 met Sophia Lodewica de Badts. Deze vrouw overleden 27 Oct. 1862, de man hertrouwd met Sophia Bernardina Goossens. In 1859 is de hofstede na het overlijden van den eigenaar met een gedeelte van de landerijen door Van Quekelberghe gekocht. In 1890 is zij wederom verkocht aan Louis Beirlant te Brugge. In 1891 gekomen Petrus Jacobus van de Waeter en Julia Braet,die in 1918 zijn opgevolgd door Jan Francies Taelman en Stephania Maria de Borter.

In 1891 hebben Joannes Baptiste van Quekelberghe en Sophia Bernardina Goossenshier een hofsteedje gesticht. De man overleden 8 Aug. 1894, de weduwe in hetzelfde jaar opgevolgd door haar zoon Alphonsus Bernardus van Quekelberghe en Leonia Maria van Zandweghe, geboren te Sint Pieter op den Dijk bij Brugge. De man overleden 14 Nov. 1923,en in 1924 in plaats van zijn weduwe gekomen haar dochter Alice Sophia Maria vanQuekelberghe en Johannes Dossche.

In 1912 hebben Willem van de Walle en Leuntje Mosselman hier een hofsteedje gebouwd, dat zij alsnog bewonen.

In 1914 hebben Pieter Cornelis du Bois en Suzanna den Hollander hier eenhofsteedje gebouwd, dat zij in 1915 hebben verkocht aan Marinus Elfrink en Sara van Hanegem. Dezen zijn er toen gekomen en in 1918 vertrokken naar den Willem Golepolder, en opgevolgd door Anthonie Casteleijn en Centina Goethals, die het hofsteedje van Elfrink hebben gekocht.

NICOLAAS DE BLOCQSPOLDER.

 

HET HOF HARDERZEE.

Omstreeks 1662 woonde hier Pieter van Hazenberg. Den 18 Mei 1662 werd dezehofstede door den eigenaar Willem de Smith te Vlissingen met 41 gemeten 275 roeden land voor ƒ 12 per gemet verpacht aan Daniel Pannentier, destijds landbouwer te Breskens.

Op 29 Nov. 1770 komt als eigenaar van dit hof, toenmaals groot 138 gemeten 114 roeden, voor Jean Pierre Behagle, winkelier te Groede. In 1770 woonde er Jannes Vergouwe. Den 20 Dec. 1771 verkocht Behagle deze hofstede aan Pieter van Peenen en MagdalenaCasteleijn. De man overleden 9 Mei 1799 en opgevolgd door zijn zoon Pieter van Peenen, die gehuwd is geweest met Janna de Bert, eerder weduwe van Hubrecht van Peenen. In 1830 is hethof verkocht aan Anthonius Vermast en verpacht aan Jacob Versluijs en Elizabeth Jozina Risseeuw. In 1847 vertrokken dezen naar Zuid-Beveland, en zijn in hun plaats gekomen Dominicus Buijsse en Colette Verbijt. De man overleden omstreeks 1863, de weduwe gebleven tot 1873. In 1873 gekomen Engel Engels, in 1880 Bruno Buijsse. In 1887 zijn hierheen van onder Nieuwvliet verhuisd Petrus Braet en Angelina Buijck. De vrouw overleden 30 Januari 1897, de man 1 Dec. 1898. Daarna is het hof beboerd door hun nagelaten kinderen tot 1913,toen er gekomen zijn Victorius Dusarduijn en Clementina Celestina Haverbeeke. De vrouw overleden 28 Februari 1924.

Omstreeks 1924 hebben Camille Braet en Louisa Sophia Wijffels op het terrein van een buiten werking gestelde vlasfabriek een hofsteedje gebouwd, dat zij alsnog bewonen.

 

In 1727 woonden hier Joost Robijn en Pieternella de Vuijst, aan wie op 10 Februari van genoemd jaar de timmer en plantage werden overgedragen voor ƒ 2703. Robijn overleden 8 Sept. 1739, de vrouw 1 Januari 1740. Den 21 Dec. 1740 ging de timmer met de baning van ruim 130 gemeten pachtland over aan Jan Poppe, die gehuwd was metCathalijntje Goethert. De vrouw overleden 23 Dec. 1744, de man hertrouwd in 1745 met Cathalijntje Luteijn. Poppe overleed 9 Maart 1763. Zijn nagelaten kinderen verkochten den timmer in hetzelfde jaar aan Isaac Labijt en Magdalena Albert, die hier toen zijn komen wonen. De man overleden 9 Mei 1767, de vrouw hertrouwd 6 Maart 1768 met Jannes Butin. Het echtpaar Butin-Albert vertrok in 1771 naar de Beerhofstede te Cadzand, na den timmer op 9 Nov. 1770 voor ƒ 2100 te hebben overgedragen aan Jean Frelier. Op Frelier, die hierin 1771 kwam wonen, volgden in 1778 Pieter de Wagemaker en Tanneke Cuveljé. In 1783 gekomen Pieter Verschelling, die op 30 April 1786 trouwde met Adriana Kusse. In 1803 gekomen Abraham van Peenen en Janna van Melle. De man gestorven omstreeks 1815, de vrouw hertrouwd 18 Dec. 1816 met Jannes Franke. Franke overleden 17 Dec. 1826. In 1828 is de hofstede gekocht door Jozias de Zoute en Catharina de Bruijne, die opgevolgd zijn door Pieter Lombaard en Maria Luijkx, aan wie het hof in 1838 publiek verkocht is voor ƒ94.25 per gemet. Lombaard overleden 2 Jan. 1862 en gebleven zijn zoon Abraham Lombaard en Elizabeth Cappon. In 1876 is de hofstede verkocht, de timmer met 20 gemeten land aan Theodorus Aldenardus de Badts, en vervolgens bekasteleind tot 1883, toen er op gekomen is Seraphina Cornelia Sturm, destijds weduwe van Eduardus Bernardus Calon en te voren van voornoemden de Badts. In 1890 gebleven haar zoon Gustavus Achillus Emilius de Badts enLeonie Mabesoone. De man overleden 16 April 1892. Daarna gekomen Abraham Gazan en Francinade Vuijst. Na het overlijden van de eigenares Seraphina Cornelia Sturm in 1898 is het hofsteedje gedeeltelijk gekocht door voormelden Gazan gedeeltelijk door haar zoon Emilius Gustavus Achillus de Badts. In 1901 gekomen Camille Braet en Louisa Sophia Wijffels, op wie in 1924 gevolgd zijn hunne dochter Sulma Angelina Sophia Braet en Florimond Joseph Goovaert.

In 1767 woonden hier Christiaan van Damme, geboortig van Lokeren, en Suzanna Marecaux, aan wie de eigenaar Bastiaan Nebbens op 28 April 1768 den timmer met deneigendom van ruim 104 gemeten land en een arbeidershuis overdroeg voor ƒ 6407.55.

Van Damme overleden 1 Aug. 1773, de vrouw hertrouwd 13 Mei 1774 met Cornelis Looijsen. In 1783 is de schuur afgebrand door het onweder. De vrouw overleden 19 Oct.1784, Looijsen hertrouwd 30 April 1786 met Suzanna Cuveljé. De man overleden 10 Nov.1789, de vrouw hertrouwd 29 Aug. 1790 met Jannes Duijck. De vrouw overleden 27 Oct. 1811, Duijck 25 Maart 1818, en in zijn plaats gekomen zijn zoon Jacobus Duijck en Maria Steijaard. Dezen zijn in 1822 opgevolgd door Johannes Cornelis en Francina Salomé. De vrouw overleden 18 Nov. 1827, de man hertrouwd 15 Oct. 1828 met Sara Wilhelmina van Overbeeke. Dezen hebben den timmer met 85 gemeten land in 1852 verkocht aan Abraham de Hullu en Sara Gillissen Verschage te Cadzand. In 1853 gekomen hun zoon Jacobus de Hullu en Maria de Hullu Izaaks dochter, die in 1860 vertrokken naar Cadzand en in wier plaats toen van den molen te Retranchement zijn gekomen 's mans zuster Maria Christina de Hullu en Abraham Luteijn Basting. In 1890 gebleven hun zoon Levinus Basting en Maria de Bruijne. In 1892 is hier een nieuwe schuur gebouwd. De vrouw overleden 22 Mei 1900, de man hertrouwd 5Dec. 1902 met Neeltje Anthonetta Cijsouw Hendriksdochter. In 1924 gebleven de zoon Izaak Basting en Neeltje Johanna Cijsouw Levinusdochter.

Omstreeks 1728 woonden hier waarschijnlijk Abraham Tack Jacobuszoon en Jozina Casteleijn.

In 1742 zijn gekomen Jacob van Cruijningen Hendrikszoon en Maatje Tack. Devrouw overleden 28 Maart 1755, de man hertrouwd 6 Mei 1759 met Cornelia de Back Deze vrouwoverleden 24 Juli 1776, Van Cruijningen 15 Aug. 1787. In zijn plaats kwam zijn zoon Jacob van Cruijningen, die den 9 Aug. 1789 trouwde met Sara Maria de Roo. De vrouw overleden 11Oct. 1790, de man hertrouwd 28 April 1793 met Elizabeth Salomé. Deze vrouw overleed inJuli 1820. Omstreeks 1826 kwamen op deze hofstede Jozias Risseeuw Izaakszoon en Jozina Risseeuw Pietersdochter, die omstreeks 1840 vertrokken naar Schoondijke en opgevolgd zijndoor Rubbens. In 1853 is de schuur afgebrand door het onweder. Na Rubbens heeft hiergewoond Cornelius Franciscus Aernaudts, die overleed 17 Mei 1868, en opgevolgd is door Petrus Bernardus Geeraert en Clementina Constantia Calon. De vrouw overleden 15 April1869, de man omstreeks 1872 hertrouwd met Melanie Doens. Geeraert overleed 10 Juli 1899.In 1901 is de hofstede publiek verkocht, de timmer met 48 gemeten land aan de weduwe Geeraert voornoemd. In 1909 is zij alweder verkocht aan Emile Daelman te Hoofdplaat, die er in 1912 op gekomen is en gehuwd was met Clementia Emma Maria Vervaet. De vrouw overleden 29 Jan. 1927. In hetzelfde jaar gebleven de zoon Mauritius Eduardus FranciscusDaelman en Celina Maria Dusarduijn.

In 1927 hebben Jacobus Izaak Risseeuw en Sara Risseeuw, die tot dusver het maalderijbedrijf hadden uitgeoefend op den molen in den Jan van Zuidkerke polder nabij Breskens, de woning met aanhoorigheden van wijlen Jacob van de Sande te Kruisdijk gekocht,het huis verbouwd en te dier plaatse een hofsteedje gesticht, waarheen zij toen vanvoormelden molen zijn verhuisd.

In 1921 zijn op het koehoudersbedrijf nabij den Kruisdijk, vóór hen bewoond door Pieter Huijsheer,

gekomen Cornelis van de Wege en Sara Cornelia van de Velde.

In 1778 zijn hier in plaats van Pieter Viënne van Schoondijke gekomen MichielVergouwe en Elizabeth de Zwarte. De man overleden 13 Nov. 1788, de vrouw hertrouwd 30 Aug.1789 met Hubrecht de Smidt. De vrouw overleden 18 Febr. 1793, de man hertrouwd in 1796 met Janneke Bruijnooge. Deze vrouw overleed 24 Aug. 1807, waarna de Smidt andermaal hertrouwde24 Juli 1811 met Elizabeth Almekinders, weduwe van Simon van de Vijver. De Smidt overleden25 Jan. 1827 en in zijn plaats gekomen Adriaan van Overbeeke en Elizabeth Risseeuw. De vrouw overleden 27 Dec. 1829, de man hertrouwd 30 Sept. 1830 met Johanna Jacoba van de Vijver. In 1848 zijn dezen vertrokken naar Borssele, en opgevolgd door Jacob de Bruijne enCornelia Scheele, nadat het hof was gekocht door 's mans ouders Adriaan de Bruijne en Annade Hullu te Cadzand. De man overleden 29 April 1860, de vrouw hertrouwd 12 Nov. 1862 met Jozias de Bruijne Izaakszoon. De vrouw overleden 6 Januari 1871. Van 1872 tot 1878 is het hof bekasteleind geworden, en in 1878 zijn er gekomen Johannes Risseeuw en Elizabeth Kotvis, in wier plaats in 1886 uit Stavenisse zijn gekomen Arie Leendert Vroon en LeijntjeMaris. De man overleden 25 Jan. 1898. In 1899 gebleven de zoon Arie Vroon en Adriana Poissonier. In 1906 is er een nieuw woonhuis gebouwd. In 1907 gekomen de eigenaar Abraham Verhage en Jozina Anna de Bruijne, die in 1911 zijn opgevolgd door hun dochter Cornelia Janna Verhage en Jannes Baptiste Becu Izaakszoon.

Op 30 Nov. 1788 trouwde Isaac Frelier met Suzanna Jansen Verplanke, weduwe van Jan Delvoye. De vrouw overleden 19 Juli 1795. In 1797 gekomen Marinus Almekinders en Janneke Mullié. De vrouw overleden 26 Aug. 1813, de man hertrouwd met Anna Jacoba de Jonge. Marinus Almekinders overleden 23 April 1828, de weduwe hertrouwd 18 Maart 1829 met Willem Almekinders. In 1846 is hier een nieuw woonhuis gebouwd. In 1862 gekomen de zoon Johannes François Almekinders Willemszoon en Maria Zonnevijlle. De vrouw overleden 4 Aug. 1879. In 1882 is de hofstede verkocht aan Willem Cornelis de Smidt, notaris te Schoondijke, die ze heeft laten bekasteleinen. In 1913 zijn Abraham Cijsouw en Jacoba Frelier, die er sinds 1903 hadden gekasteleind, pachters geworden. De man overleden 18 Mei 1917. De weduwe in 1925 verhuisd naar Texel, en opgevolgd door Izaak de Hullu Abrahamszoon en Jozina Becu Izaaksdochter.

In 1890 zijn op deze nieuw voor hen gebouwde hofstede komen wonen Jannes Luteijn en Suzanna Sara Risseeuw. De man overleden 26 Nov. 1909, de weduwe vertrokken in 1912 en gebleven haar zoon Adriaan Luteijn en Jozina Salomé. Dezen zijn in 1928 verhuisd naar het hof De Drieweg en opgevolgd door Willem Koster en Janneke Bril.

 

HET HOF DE DRIEWEG.

Omstreeks 1720 woonde hier Daniel du Rie, die nog in 1737 voorkomt als bewoner. Op 21 Juni 1737 droegen de erfgenamen van Johan Godin deze hofstede met de plantage, een arbeidershuis en den eigendom van 134 gemeten 2361/2 roeden land over aan Jacob Hurgronje, burgemeester van Vlissingen, voor ƒ 48 per gemet, timmer en plantage inbegrepen, of in totaal voor ƒ 6487. Op 26 Februari 1767 droeg Mr. Adriaan Isaac Hurgronje haar metde plantage, den mestput en hetzelfde getal gemeten voor ƒ 8488 over aan Abraham Risseeuw en Maria Schrijvers, die hier toen zijn gekomen in plaats van Leendert Andriessen. De vrouw overleden 27 Juli 1771, Risseeuw hertrouwd 15 Mei 1774 met Maria Leenhouts, weduwe van Izaak Roels. In 1799 gebleven de zoon Johannes Risseeuw en Elizabeth Becu. Devrouw overleden 20 Juli 1820, de man 20 Juni 1827. Hij is, zegt men, de laatste die in de kerk te Groede begraven werd. In 1828 van Cadzand gekomen Johannes Risseeuw Jacobuszoon enJozina de Hullu, die in 1860 zijn opgevolgd door Jannes de Hullu en Elizabeth Suzanna Risseeuw, dochter van den eigenaar Abraham Johannes Risseeuw te Zuidzande. In 1867 is het echtpaar De Hullu-Risseeuw vertrokken naar Zuidzande en zijn in hun plaats gekomen debroeder der vrouw Johannes Abraham Risseeuw en Suzanna van der Meulen. Dezen vertrokken in 1891 en gekomen Jannes Philip Salomé Willemszoon en Cornelia Verhage, die in 1914 verhuisden naar Cadzand en opgevolgd zijn door Izaak Risseeuw Zegers zoon en Suzanna Elizabeth Haartsen Jacobsdochter.

Dezen vertrokken naar Zuidzande in 1928 en gekomen Adriaan Luteijn en Jozina Salomé Abrahamsdochter.

Omstreeks 1920 hebben Jannes Elfrink en Anna Rookus hier een hofsteedje gebouwd, dat zij alsnog bewonen.

In 1902 hebben Jacob du Bois en Elizabeth Francina van Staan hier een hofsteedje gebouwd, waarop zij gewoond hebben tot 1920, toen er gekomen zijn Anthonie deHulster en Geetruida Vermeulen.

De arbeidershofstede van Jan Elve en Tanneke Butler is in 1866 gekocht door Adriaan Verhage, metselaar te Zuidzande, en Cathalijntje Francina Butler. Vervolgens is zij door eenige arbeiders bewoond geworden tot 1872, toen Verhage er zelf op gekomen is en door hem met eenig land werd vergroot. De vrouw overleden 20 April 1887. In het zelfde jaar gekomen Cornelis Tromp en Adriana de Hulster. In 1901 is het hofsteedje gekocht door Jacobus Johannes Houdersteijn en Janna Jozina Cornelis en door dezen metterwoon betrokken.De vrouw overleden 2 April 1925. In 1927 gebleven de zoon Michiel Pieter Houdersteijn en Maria Johanna Bouwens.

HET HOF DEN EIJKENBOOM.

Op 16 Oct. 1789 overleed alhier Jan Philip Salomé, die achtereenvolgens gehuwd is geweest met Maria Schippers en Jacomina Crince. In zijn plaats gekomen zijn zoon (uit het eerste huwelijk) Pieter Anthonie Salomé, die op 26 Sept. 1790 trouwde met Elizabeth van de Putte. De vrouw overleden 3 Dec. 1829, de man hertrouwd 19 Aug. 1830 met Suzanna Janssen-Salomé vertrokken in 1831 en opgevolgd door Jacobus Risseeuw en Tanneke Cornelis. De man overleden 6 Mei 1837, de vrouw hertrouwd 17 Mei 1838 met Zeger Cornelis Salomé. Dezen verhuisd naar Nieuwvliet in 1848 en in hun plaats gekomen Jan Philip Salomé, die op 20 April 1848 trouwde met Jozina Sanders. De vrouw overleden 24 Dec. 1848,de man hertrouwd 16 Januari 1850 met Maria van de Plassche. Deze vrouw overleden 30 April1851. In 1856 is Jan Philip Salomé vertrokken naar het Hof Baarzande, en zijn alhier gekomen zijn broeder Abraham Salomé en Jacomina Tromp. De man overleden 8 Mei 1874, de weduwe 30 Sept. 1880. De hofstede is toen gekocht door Jannes Baptiste Becu en in pachtgenomen door zijn zoon Izaak Becu en Suzanna Salomé. De vrouw overleden 30 Nov. 1898, Izaak Becu 14 Febr. 1916. In 1916 zijn hier gekomen diens zoon Izaak Abraham Becu, die het hof heeft gekocht, en Helena Dirkje van Dijke. In 1922 is de schuur afgebrand. In 1924 heeft Izaak Abraham Becu het hof weder verkocht en is toen pachter geworden.

DE TORENHOFSTEDE.

Het huis van deze hofstede is omstreeks 1612 ´ 1613 door het bestuur van de Groedsche Watering gebouwd om te dienen voor directie- of heerenhuis. Dat het oudtijds eenklooster zou zijn geweest of een tolkantoor, zijn beweringen die men naar het rijk derfabelen heeft te verwijzen. In den omlooper der Groedsche Watering wordt het genoemd »'tgemeenlands huijs« d.i. het aan het gemeene land, met andere woorden, aan den polder toebehoorende huis. Oorspronkelijk dienende voor directiehuis van het polderbestuur, moet het gebouw al vrij spoedig als boerenwoning in gebruik zijn genomen. De toren, die er bijstond, had geen ander doel dan om het huis zekere voornaamheid bij te zetten.

Op 14 Oct. 1647 verpachtten de weezen van Guillaume Maillaert en Catharina de Letter te Middelburg deze hoeve met 189 gemeten 126 roeden land aan Gerrit Pieterszoon Cocquijt voor ƒ 12.30 per gemet boven de lasten.

Op 26 Juni 1665 verpachtte de toenmalige eigenaar Mr. Martinus Veth te Middelburg ze aan Abraham Pasquier.

Op 29 Aug. 1733 overleed alhier Johannes Sohier, die er toen woonde en gehuwd was met Cornelia Meeusen.

Omstreeks 1741 - 1746 woonden er Jan Festu en Maria du Mez.

Op 28 Juli 1776 overleed hier Zeger Cornelis, die eerst gehuwd is geweest met Maatje Tack en naderhand met Sara Mazure. Zijn weduwe Sara Mazure hertrouwde 2 Nov. 1777 met Jacobus Tack. In 1802 gekomen Zeger Cornelis, zoon van Zeger Cornelis en Sara Mazure hiervóór genoemd, en Sara van de Vijver. In 1820 gebleven de zoon Zeger Cornelis, die op 23 Mei 1821 trouwde met Jozina Risseeuw Izaaks dochter, welke vrouw overleden is 20 Juni 1834, waarna de man hertrouwde 3 Juni 1835 met Jozina Risseeuw Pietersdochter. Deze vrouw overleden 6 Dec. 1842, de man andermaal hertrouwd 17 Juli 1844 met Maria van Houte. Zeger Cornelis overleden 24 Maart 1850, de weduwe hertrouwd 25 Juni 1853 met Johannes Brakman.In 1874 gebleven Johannes Cornelis, zoon van Zeger Cornelis en Maria van Houte voormeld, en Martina Jacoba Risseeuw. Na het overlijden van Johannes Brakman in 1891 is de hofstede op 22 Oct. 1891 met 196 gemeten land publiek verkocht in perceelen voor ƒ 77675.Johannes Cornelis overleden 24 Sept. 1906 en in 1907 gebleven zijn zoon Johannes Cornelisen Tanneke de Meijer, die hier hebben gewoond tot 1911. Naderhand is het hof weder in eigendom overgegaan aan Daniel Dekker en Maria Dees, die het echter niet hebben bewoond en den bij het huis gebouwden toren hebben afgebroken. Na een tijdlang door arbeiders bewoond te zijn geweest, zijn er in 1914 op gekomen Pieter Verhage en Anthonetta Risseeuw, die de hofstede hebben gekocht. In 1928 gebleven hun zoon Abraham Verhage en Francijntje Risseeuw.

In 1911 is door Johannes Cornelis en Tanneke de Meijer een hofstede gebouwd, waarop zij thans nog wonen.

In plaats van Pieter Baart kwamen hier in 1773 Abraham de Mersseman en Janna Basting, die in 1783 vertrokken naar Schoondijke en opgevolgd werden door Jacobus Steijaard en Maria Tack. De man overleden 12 Febr. 1804, de vrouw hertrouwd 16 Jan. 1805 met Arie Zegers. Dezen in 1815 vertrokken naar den molen te Cadzand en in hun plaats gekomen van Zuidzande Jacob Verhage en Cornelia Versluijs, op wie in 1827 zijn gevolgd hun neef Pieter Verhage en Cathalijntje Masclee. De vrouw overleden 13 Maart 1838, de man in 1839 hertrouwd met Suzanna Risseeuw Pietersdochter. Deze vrouw overleden 11 Jan. 1845, waarna Verhage op 15 Dec. 1848 andermaal hertrouwde met Janna Verduijn. De man overleden 5April 1875, de vrouw hertrouwd 12 Dec. 1877 met Izaak Luteijn te Zuidzande, weduwnaar van Magdalena Casteleijn, en gebleven haar zoon Abraham Verhage en Jozina Anna de Bruijne. In 1883 is de hofstede gekocht door Abraham Risseeuw Abrahamszoon te Cadzand. In 1907 zijn Abraham Verhage en Jozina Anna de Bruijne vertrokken en opgevolgd door Pieter Jannes Leenhouts en Wilhelmina Adriana Risseeuw. In hetzelfde jaar is er een nieuw woonhuis gebouwd.

In 1767 hertrouwde François Cuveljé, weduwnaar van Cornelia van Hoeve, met Jacomina le Feber. In 1786 in Cuveljé's plaats gekomen Jacob van Houte en Suzanna Masclee. In December 1792 is deze hofstede verkocht voor ƒ 145,20 per gemet. Jacob van Houte overleden 13 Nov. 1807, de weduwe 13 April 1808. In 1809 gekomen Jannes Pattist en Maria Steijaard. De vrouw overleden 6 Febr. 1834. In 1840 uit den Oranjepolder onder BiervIiet gekomen Abraham van der Meulen en Adriana Sara van der Hooft, die in 1854 vertrokken naar Heille. In 1856 gekomen Petrus Pieters, in 1864 Petrus Joannes Maenhout en Amelia de Smet. De vrouw overleden 12 Maart 1904. In 1908 gebleven de zoon Eduard Maenhout en Nathalie Sidonie Buijsse. In 1919 zijn in hun plaats uit Zuid-Beveland gekomen Jacob de Kok en Levina Nijsse. De vrouw overleden 7 Sept. 1928.

In plaats van Isaac Taillië kwam hier in 1760 Jannes de Puijt, die in 1764 trouwde met Elizabeth van Houte Davidsdochter. De vrouw overleden 13 Jan. 1792, de man hertrouwd omstreeks October 1792 met Suzanna Ferdinandus, weduwe van Anthonie Pacquet. In 1805 gekomen Isaac Taillie en Francina Risseeuw. De man overleden 28 Maart 1815, de vrouw hertrouwd 29 Mei 1816 met Adriaan du Mez. De vrouw overleden 10 Aug. 1853. In 1854 is de hofstede verdeeld onder haar twee kinderen, en alhier gebleven haar dochter Johanna du Mez en Abraham Salomé. De vrouw overleden 2 April 1859, Salomé 16 Mei 1872, en gebleven de zoon Adriaan Salomé en Johanna Cijsouw, die in 1911 vertrokken en opgevolgd zijn door hun zoon Cornelis Abraham Salomé en Elizabeth de Hullu.

In 1854 hebben Abraham de Witte en Francina du Mez op de hun toebedeelde helft van de hofstede van Adriaan du Mez, den vader der vrouw, een hofstede gebouwd die zij bewoond hebben tot 1878, toen er op gebleven is hun zoon Adriaan de Witte, die op 26 Juli 1894 trouwde met Cornelia Johanna de Badts. In 1906 zijn hier in hun plaats gekomen Jozias Verkruijsse en Maria Buijsse, die het hof hebben vergroot met eenige landerijen, afkomstig van de gesloopte hofstede, hierna vermeld.

 

In 1692 woonden hier waarschijnlijk Wouter Egberts, geboortig van Bennekom in Gelderland, en Elizabeth Otte. De vrouw overleden 14 Jan. 1701. Na hen hebben hier waarschijnlijk gewoond hun zoon Isaac Egberts en Adriana Tack. De vrouw overleden 27 Dec.1723, de man 13 Maart 1725.

In 1747 woonden op deze hofstede Sara Egberts, dochter van Isaac Egberts en Adriana Tack hiervóór genoemd, die gehuwd was met Johannes Benteijn. Benteijn overleden 16 Aug. 1747, de weduwe hertrouwd 3 Nov. 1748 met François Luteijn. Later hebben hier gewoond Isaac Benteijn, zoon van Johannes Benteijn en Sara Egberts hiervóór vermeld, en Dina Schrijvers. Den 17 Maart 1769 droegen Cornelia Jacoba van Schuijlenburch, douairière van Johan Evertsen van Lodijke, en consorten deze hofstede met ruim 59 gemeten eigendom over aan genoemde Dina Schrijvers voor ƒ 84.60 per gemet, de timmer inbegrepen, of ƒ 5184 in totaal. Isaac Benteijn overleed 8 Febr. 1799. Daarna is het hof bekasteleind tot 1806, toen er op zijn gekomen Anthonie du Mez en Janna Hendriks. De vrouw overleden 24 Aug. 1820, de man hertrouwd 24 April 1823 met Cato Serlé, weduwe van Marinus Geelhoed. Du Mez overleden 17 Jan. 1831. In 1832 als kastelein gekomen Anthonie du Mez, in 1838 als pachters Jacob Casteleijn en Tanneke Poissonnier. De vrouw overleden 9 April 1850, de man hertrouwd 8 Oct. 1851 met Johanna Jacomina Aarnoutse. Na het overlijden van den eigenaar Isaac Clement Otto Benteijn te IJzendijke is het hof in 1870 in perceelen verkocht, de timmer met ongeveer 25 gemeten land aan Pieter Brakman te Nieuwvliet, en daarna zijn hier gekomen diens zoon Izaak Brakman en Tanneke de Blaauwe, die in 1875 vertrokken naar Nieuwvliet en opgevolgd zijn door 's mans broeder Cornelis Brakman en Janneke du Bois, die tot dien tijd op den molen te Nieuwvliet hadden gewoond. Na het overlijden van den eigenaar Pieter Brakman, in 1886, is de hofstede verkocht aan Izaak van de Velde te Papendrecht doch sedert zijn er geen paarden meer van af gegaan. De landerijen zijn verpacht aan Jozias de Hulster, molenaar te Scherpbier, en in 1892 aan Jozias Verkruijsse en Maria Buijsse. In 1906 zijn de gebouwen gesloopt en de landerijen gevoegd bij de vorige hofstede.

In 1874 hebben Jannes Bouwens en Anna Maria Becu een hofstede gebouwd, welkezij hebben bewoond tot 1919, toen alhier gekomen zijn Johannes Verstrate en Cornelia Schijve, die het hof hebben gekocht.

In 1870 zijn van hier verhuisd naar Nieuwvliet Zeger Cornelis Risseeuw en Maria Elizabeth Meulendijk, en in hun plaats gekomen Jannes de Hullu en Elizabeth Bouwens. Na hun vertrek in 1877 heeft Zeger Cornelis Risseeuw het land gebruikt bij zijn hofstede onder Nieuwvliet, en is het gedoe eenige jaren lang door arbeiders bewoond geweest In 1884 gekomen Zeger Cornelis Risseeuw Izaakszoon en Elizabeth Salomé, die in 1921 opgevolgd zijn door hun dochter Elizabeth Risseeuw en Jannes D'Hont Janszoon.

VAN DER LINGENSPOLDER.

In 1768 kwamen hier Jacob Meulendijk en Anna Jansen Verplanke. De vrouw overleden 27 Juli 1788, de man hertrouwd 1 Febr. 1789 met Elizabeth Hoste. Meulendijk overleden 18 Jan. 1802, de weduwe hertrouwd in 1802 met Pieter Bouwens. Elizabeth Hoste overleden 20 April 1812, Bouwens hertrouwd 23 Dec. 1812 met Janneke Janssen, weduwe van Antheunis Goethert. Deze vrouw overleden 20 September 1834. In 1835 gekomen Pieter Bouwens Adriaanszoon en Cathalijntje de Ruijsscher. De vrouw overleden 17 Aug. 1867, de man vertrokken in 1874 en gebleven zijn zoon Pieter Adriaan Bouwens en Catharina de Hullu Voskamp. De vrouw overleden 25 Oct. 1874, de man hertrouwd in 1876 met Johanna de Hullu.In 1919 heeft de familie Snouck Hurgronje het hof verkocht aan Jannes Bouwens, zoon van Pieter Adriaan Bouwens en Johanna de Hullu voornoemd, die het kort daarop weder heeft overgedaan aan Daniel van Cadzand en Janna Dieleman, welke hier hebben gewoond van 1919 tot 1921, toen zij zijn opgevolgd door Leendert, Jacobus, Janna Elizabeth en Jan de Feijter.

GROOTE CORNELIAPOLDER.

Omstreeks 1813 trouwde Lieven Cornelis met Adriana Adriaansen, weduwe van Pieter van de Walle.

In 1836 is hier gekomen Jan Matthijs, die in 1860 vertrok, waarna deze hofstede voor den eigenaar Felix Louis Benteijn, burgemeester van Oostburg, bekasteleind is geworden door Jannes Suzanna Hoste. De vrouw overleden 3 Sept. 1871, de man hertrouwd 1 Mei 1873 met hare zuster Magdalena Hoste. In 1879 is de hofstede verkocht aan Izaak van de Velde te Papendrecht, en genoemde Buijsse en pachter geworden. Buijsse overleden 25 Mei 1897 en gebleven zijn zoon Izaak Buijsse en Anna Maria Houdersteijn. De vrouw overleden 14 Juni 1920.

GROOTE CORNELIAPOLDER.

In 1926 hebben Leendert Dieleman en Jacoba Cornelia de Regt, beiden afkomstig uit het Land van Axel, een hofstede gebouwd, die zij alsnog bewonen.