Nieuwvliet

KLEINE SINT ANNAPOLDER.

In 1750 woonden hier Jacob de Roy en Cathalijntje Marote, eerder weduwe van Jannes van de Putte.

In hetzelfde jaar zijn hier gekomen hun zoon Abraham van de Putte, die gehuwdis geweest met Francina Huijsheer. De man overleden 23 Juli 1790 en in zijn plaats gekomen Jannes van de Putte en Johanna Rosseel, op wie in 1805 zijn gevolgd Abraham de Hullu enPieternella Erasmus, die hier in 1816 een nieuw woonhuis hebben gebouwd en in 1836 of 1837zijn vertrokken. Vervolgens is hier gekomen eerst als kastelein en sedert 1842 als pachterhun zoon Pieter de Hullu. In 1842 is de schuur afgebrand. De man ongehuwd overleden 9September 1892. Daarna is de hofstede onder de erfgenamen verdeeld en de timmer niet een deel van de landen eigendom geworden van Abraham de Hullu, broeder van Pieter de Hullu voornoemd, en in gebruik genomen door diens zoon Abraham de Hullu junior. In 1901 zijn erop gekomen diens zoon Abraham de Hullu de vierde en Pieternella de Bruijne.

GROOTE SINT ANNAPOLDER.

Den 1 November 1763 is alhier overleden Paulus van der Ginst, en in 1764 gekomen Pieter Riemens, die eerst gehuwd is geweest met Elizabeth Boone. De vrouw gestorven 13 Februari 1767, de man hertrouwd 28 October 1767 met Sara du Bois, weduwe van Paulus van der Ginst. Dezen zijn in 1806 opgevolgd door Jozias Cappon en Catharina Goethert, in wier plaats in 1823 zijn gekomen Adriaan Schijve en Jozina Risseeuw. De vrouw overleden 6 Mei 1832, de man hertrouwd 16 Mei 1833 met Anna de Hullu. Deze vrouw overleed 6 Mei 1845. In 1851 zijn hier van uit den Ameliapolder onder Biervliet gekomen Johannes de Meijer en Maria Leenhouts, die in 1875 zijn opgevolgd door hun dochter Adriana de Meijer en Jozias Antheunis Schijve. De man overleden 14 Februari 1922.

GROOTE SINT ANNAPOLDER.

Den 19 December 1751 trouwde Charel Cappon met Maria Theresia van Butsel. De man overleden 6 Augustus 1755, de weduwe hertrouwd 30 Mei 1756 met Jozias Lucieer. Maria Theresia van Butsel stierf 17 Maart 1777, waarna Lucieer op 16 November 1777 hertrouwde met Maria van de Plassche, welke vrouw overleden is 23 Juni 1782. Naderhand is hier gekomen de zoon Jozias Lucieer, die op 29 April 1787 trouwde met Suzanna Goethert. Lucieer overleden 7 Juli 1807, de weduwe hertrouwd 10 Mei 1810 met Abraham Schijve. Zij overleed 1 September 1834. In 1836 is de hofstede in perceelen verkocht, de timmer aan Abraham de Hullu en Pieternella Erasmus, die hier in hetzelfde jaar of in 1837 zijn gekomen en in 1865 opgevolgd zijn door hun zoon Abraham de Hullu en Neeltje Andriessen. De vrouw overleden 27 Maart 1.883. In 1893 heeft Abraham de Hullu de landen onder zijn kinderen verdeeld en is de hofstede in eigendom overgegaan aan zijn zoon Jannes de Hullu en Elizabeth Bouwens. Sedert dien zijn hier geen paarden meer van af gegaan.

In 1856 heeft Jannes du Bois op landen van zijn hofstede een hofstede gebouwdvoor zijn zoon Jacobus du Bois, die in 1861 vertrok en opgevolgd is door zijn broeder Johannes du Bois en Suzanna de Blaauwe. Dezen zijn vertrokken in 1891, toen in hun plaats kwamen Pieter Anthonie Salomé en Wilhelmina de Bruijne Izaaksdochter. De vrouw overleden 23 December 1907. In 1921 is de hofstede verkocht aan Pieter Cornelis Labyt en Magdalena de Bruijne Joziasdochter, die er thans wonen.

GROOTE SINT ANNAPOLDER.

Den 10 December 1874 is alhier de schuur door brandstichting in de asch gelegd. Toen woonden er Michiel Goethert Brakman en Jozina Aarnoutse, die in 1886 vertrokken zijn.In hetzelfde jaar is het hofsteedje verkocht en zijn hier gekomen Izaak Brakman, broeder van Michiel Goethert Brakman voornoemd, en Tanneke de Blaauwe. De man overleden 25 Maart 1891, de weduwe 14 December 1910. In 1925 is hier een nieuw woonhuis gebouwd en zijn alhier komen boeren Izaak de Hullu en Anna Sara de Bruijne.

SINT JANSPOLDER.

Omstreeks 1669 woonde hier waarschijnlijk Maatje Wijte, weduwe van PieterErasmus.

Omtrent 1713 kwam hier uit den Tienhonderdpolder wonen Jacob van Houte Jacobszoon, die gehuwd is geweest met Marie Madeleine Bocquet en den timmer op 25 Febr.1723 verkocht aan Jean Albert, die in 1732 als weduwnaar van Jeanne Bocquet hertrouwde met Levina Thiers. Albert gestorven 19 Juni 1755, de weduwe hertrouwd 12 Dec. 1756 met Isaac den Dekker. In 1759 is op deze hofstede blijkens de jaarankers een nieuw woonhuis gebouwd. Naderhand is hier gekomen de zoon Jacob Albert, die op 11 Aug. 1771 trouwde met Maria Albert. Na het overlijden van Jacob Albert hertrouwde zijn weduwe met Charel Cappon. Maria Albert overleed 27 Maart 1803, Cappon hertrouwde in 1805 met Tanneke van Houte. De man overleden 17 Januari 1817, de weduwe hertrouwd 3 Juni 1818 met Jozias Lucieer. Tanneke van Houte gestorven 12 Mei 1819, de man hertrouwd 23 Juni 1820 met Johanna Faro. Deze vrouw overleden 30 Maart 1840. De man hertrouwde later met Levina Leenhouts en overleed 4 December 1847. In 1848 gekomen Zeger Cornelis Salomé en Tanneke Cornelis. Salomé overleden 19 Januari 1870 en gekomen zijn stiefzoon Zeger Cornelis Risseeuw en Maria Elizabeth Meulendijk. De vrouw overleden 26 Mei 1876, de man 2 Maart 1902. Daarna is hier gebleven zijne dochter Sara Risseeuw, die op 10 October 1895 huwde met Pieter Provoost. In 1921 heeft Provoost den timmer met omtrent 120 gemeten land gekocht van de familie Snouck Hurgronje.

SINT JANSPOLDER.

In 1777 zijn hier in plaats van Daniel Janssen gekomen Guiljame Lefeber en Adriana Cornelis, in 1784 Jacob Leurgans en Jacomina de Ridder, de man gestorven 20 Maart1805, de weduwe hier gebleven tot 1812. Toen is de hofstede met het naast gelegen land verkocht aan Charel Cappon en het huis afgebroken geworden.

SINT JANSPOLDER.

Op 3 Aug. 1784 hertrouwde Jozina van Acker, weduwe van Isaac de Maillie met Pieter Beelaart. De man gestorven in 1787 en de hofstede in 1788 verkocht aan Izaak van Melle en Sara Lijbaart. De vrouw overleden 30 December 1794, de man hertrouwd in 1802 met Marie Janssen. Van Melle overleed 8 Maart 1814 en in 1815 is de hofstede verkocht aan Jacob Claerbaut Abrahamszoon en Maria de Hullu. De man overleden 3 October 1854, en in 1855 zijn hier als pachters gekomen Pieter Luteijn en Janneke de Hullu, die het hof in 1873 hebben gekocht. In November 1889 is de schuur afgebrand door het onweder. In 1892 is de hofstede verkocht aan Johannes Risseeuw en Elizabeth Kotvis. In 1893 zijn Pieter Luteijn en zijn vrouw vertrokken en vervolgens is de hofstede bewoond geworden door een arbeider tot in 1901, toen er op zijn gekomen de dochter van den eigenaar Elizabeth Risseeuw en Abraham Cornelis Cijsouw Hendrikszoon, voor wie een nieuw woonhuis is gebouwd en die in 1905 zijn opgevolgd door Jozias David de Hullu en Maria Christina Masclee. De man gestorven 24 Febr. 1920, de weduwe in hetzelfde jaar opgevolgd door Willem Marinus Jansen van Rosendaal en Jelientje de Feijter, beiden afkomstig uit het Land van Axel.

SINT JANSPOLDER.

Omstreeks 1669 woonde hier waarschijnlijk Pieter Slock, omstreeks 1700 waarschijnlijk Jan Poley, omstreeks 1738 waarschijnlijk Antheunis Vermeulen, die gehuwd is geweest met Suzanna du Rie.

In 1773 woonde hier Jannes Vermeulen, zoon van Antheunis Vermeulen en Suzanna du Rie voornoemd, die overleden is 29 Maart 1782. De weduwe Janneke Schoonaart hertrouwde 6 April 1783 met Adriaan Colpaart. Colpaart overleed 8 Juli 1806. In 1808 gekomen Isaac Schoonaart, die stierf 26 April 1809. Zijn weduwe Maria Goedgeluk hertrouwde 7 Maart 1810 met Isaac Haartsen. In 1833 is deze hofstede verkocht aan Maria Luteijn, weduwe van Jacob de Hullu Pieterszoon te Cadzand. Haartsen overleed 1 December 1847, de weduwe 20 Juni1855. Daarna is het hof voor den eigenaar Izaak de Hullu bekasteleind tot in 1863, toen alhier gekomen zijn diens zoon Jacobus de Hullu en Magdalena Francina Scheele. In 1867 is hier een nieuw woonhuis gebouwd. De man overleden 26 Februari 1896. De hofstede is daarop van landen verkleind, en in 1897 metterwoon betrokken door des overledenen zoon Izaak de Hullu en Suzanna Provoost, die in 1913 vertrokken en opgevolgd zijn door hun dochter Magdalena Suzanna de Hullu en Jacob Herweijer.

SINT JANSPOLDER.

In 1894 en 1895 hebben Jacobus de Hullu en Magdalena Francina Scheele op de weide hunner hofstede een huis laten bouwen en een schuur van hun hof overgebracht voor hun zoon Jacobus de Hullu en Maria Luteijn, die hier vervolgens hebben geboerd en in 1922 opgevolgd zijn door hun zoon Abraham Jacobus de Hullu en Suzanna Elizabeth de Hullu Jozias Davidsdochter.

METTENEIJEPOLDER.

Omstreeks 1669 woonden hier Cornelis Erasmus en Pieternella de Vos. De man overleden omstreeks 4 Januari 1661, de weduwe omstreeks; 27 Juni 1681. In 1688 woonden er hun zoon Jannes Erasmus en Francina Vereecke. De man overleden omstreeks 20 November 1709,de vrouw omstreeks 20 Februari 1711. Vermoedelijk zijn zij opgevolgd door hun zoon Adriaan Erasmus, die op 26 November 1713 trouwde met Jozina van de Voorde. De man overleden omstreeks 22 September 1716, de weduwe hertrouwd 15 Augustus 1717 met Jannes Olphaart. Olphaart overleed omstreeks 16 Augustus 1718, waarna Jozina van de Voorde andermaal hertrouwde op 23 April 1719 met Abraham Luteijn Françoiszoon. De vrouw gestorven 10 Mei 1770, de man 22 Maart 1771. Later hebben hier gewoond hun zoon Isaac Luteijn en Jannetje Poppe. De vrouw overleden 18 Augustus 1780, de man hertrouwd 20 April 1783 met Esther Albert, laatstelijk weduwe van Abraham Cappon en te voren van Reinier van de Luijster en Isaac Schoonaart. In 1783 zijn Isaac Luteijn en Esther Albert van hier vertrokken en opgevolgd door Cornelis Albert en Anna le Mahieu. Cornelis Albert overleden 16 Augustus 1783, de weduwe hertrouwd 4 October 1784 met Michiel Goethert. De vrouw stierf 27 Mei 1785, waarop Goethert den 8 Januari 1786 hertrouwde met Maria van Houte. In 1810 zijn hier gebleven de dochter Pieternella Goethert en Jozias Meulendijk, die in 1825 zijn opgevolgd door Pieter Brakman en Maria Goethert, dochter van Michiel Goethert en Maria van Houte voornoemd. Dezen zijn in 1875 vertrokken en in hun plaats gekomen hun zoon Izaak Brakman en Tanneke de Blaauwe. In 1877 is de hofstede in perceelen verkocht, de timmer met 25 gemeten land aan Johannes Risseeuw en Elizabeth Kotvis en sedert zijn hier geen paardenmeer van af gegaan.

NIEUWENHOVENPOLDER.

 

HET HOF DE PANNENSCHUUR.

Op 26 Januari 1759 droegen de curatoren van den boedel van Gregorius Herklots deze hofstede met den eigendom van 71 gemeten 244 roeden land over aan Isaac Risseeuw voor ƒ61.50 per gemet, den timmer inbegrepen, en in hetzelfde jaar is Isaac Risseeuw hiergekomen in plaats van Jan de Smidt. Risseeuw trouwde op 29 Mei 1763 met Clara Poissonnier. De man gestorven 13 Jan. 1805, de weduwe hier gebleven tot 1810 en opgevolgd door haar zoon Johannes Risseeuw en Maria Christina de Hullu. Dezen vertrokken in 1812 naar de Beerhofstede onder Cadzand, en in hun plaats gekomen van uit den Dierkensteenpolder onder Waterlandkerkje hun zuster Johanna Risseeuw en Izaak Sanders. De vrouw overleden 26 Maart 1815, de man hertrouwd 25 October 1815 met Johanna Maria de Swarte. Dezen zijn in 1826 vertrokken naar den Adornispolder en in hetzelfde jaar is de hofstede verkocht aan Aarnout Steenhart en Elizabeth Risseeuw, dochter van Isaac Risseeuw en Clara Poissonnier hoogergenoemd, die toen van het Reigerhof in den Helenapolder onder Biervliet herwaarts zijn verhuisd. Steenhart verdronken 1 December 1829, de weduwe overleden 30 Juli 1847. In 1848is het hof verkocht, de timmer met ongeveer 40 gemeten land aan de dochter Elizabeth Steenhart en Pieter du Bois. Op 1 Nov. 1856 is de schuur door brandstichting in de asch gelegd en in 1857 een nieuwe gebouwd, met pannen gedekt, waarom de hofstede voortaan de Pannenschuur is genoemd. Du Bois overleden 6 Mei 1863. De hofstede in 1872 door de weduwe verkocht aan Abraham Zonnevijlle te Sluis en in 1873 verpacht aan Petrus Braedt en Angelina Buijck, die in 1887 zijn opgevolgd door Hippolytus Ludovicus Lippens en AnnaMaria Cuelenaere. Dezen hebben hier gewoond tot 1889. Daarna hebben de landen een paarjaar vaag gelegen totdat de hofstede in 1891 metterwoon is betrokken door Helena Maria Verheije, weduwe Timmerman uit Waarde Zuid-Beveland. In 1902 gebleven haar zoon Leonardus Timmerman en Margaretha Vermue, die in 1905 vertrokken naar Texel en opgevolgd zijn door Cornelis Martinus Quaak en Elizabeth Scheele. In 1916 zijn dezen verhuisd naar den Capellepolder onder Zuidzande van waar herwaarts zijn verhuisd Anthonie Willem Verplanke en Johanna Maria Risseeuw.

NIEUWENHOVENPOLDER.

In 1774 is hier in plaats van Cornelis Beheijdt gekomen Abraham Verdouw, die gehuwd is geweest met Dina Vervate. In 1813 gekomen hun zoon Lucas Verdouw, die in hetzelfde jaar trouwde met Martina Boidin. In 1826 is de hofstede verkocht aan Adriaan de Bruijne en Izaak de Hullu te Cadzand, en in 1829 verpacht aan Izaak van Houte Danielszoonen Sara Sanders. Dezen vertrokken in 1850 naar den Tienhonderdpolder onder Cadzand en zijn opgevolgd door Mattheüs Scheele en Janneke de Hullu, die hier gewoond hebben tot 1857. Toen is gekomen Izaak de Bruijne, zoon van Adriaan de Bruijne voornoemd. In 1858 is hiereen nieuw woonhuis gebouwd. In 1859 is Izaak de Bruijne gehuwd met Anna Luteijn. De man gestorven 7 Februari 1884, de weduwe 5 April 1919. In hetzelfde jaar zijn hier uit Zuid-Beveland als pachters gekomen Anthonie Cornelis Geluk en Maria Cornelia Bal.

NIEUWENHOVENPOLDER.

In 1763 kwamen hier Jacob le Feber en Cathalijntje le Mahieu. Na het overlijden van de vrouw is le Feber hertrouwd met Pieternella Dhont. Deze vrouw na le Feber’s overlijden hertrouwd met Wouter de Smidt in 1794. Naderhand is dit arbeidershofsteedje van zaailanden vergroot. Wouter de Smidt gestorven 1 November 1827. Daarna is gekomen zijn zoon Abraham de Smidt, die gehuwd is geweest met Adriana Stortewagen. In 1867 is de hofstede verkocht aan David Luteijn en Suzanna Kotvis, die hier hebben gewoond tot in1872, toen zij vertrokken zijn naar de hofstede van Luteijn’s moeder in den Sint Janspolder onder Zuidzande. Het hof is toen in eigendom overgegaan aan Hendrik Brakman en Johanna Schippers. De vrouw overleden 15 October 1889, de man hertrouwd 15 December 1892met Johanna Mabelis. In 1926 gebleven hun zoon Adriaan Brakman en Adriana Risseeuw.

LAMPSINSPOLDER.

Oudtijds ook genoemd Grammezpolder en Kapiteinspolder.

In 1688 woonde op deze hofstede, wier woonhuis blijkens de jaarankers van 1663 dagteekent, Jacob Danikins.

Op 1 September 1770 overleed alhier Cornelis Goethert, de weduwe Pieternella Vermeulen hertrouwd 19 December 1771 met Isaac Cappon. In 1796 in hun plaats gekomen Antheunis Goedhert en Maria Albert. De vrouw overleden 28 Augustus 1809, de man hertrouwd 5 September 1810 met Janneke Janssen, weduwe van Jan de Lobel. Goethert overleden in 1812. De weduwe hertrouwd 23 December 1812 met Pieter Bouwens en vertrokken naar den Van der Lingenspolder onder Groede. De hofstede verkocht aan Jannes du Bois en Tanneke Butin, die hier in 1813 gekomen zijn van het hof in de Lente’ onder Groede. De vrouw overleden 12 Februari 1823, de man later hertrouwd met Maria de Blaauwe. In 1856 is de hofstede veel verkleind van landerijen en zijn er op gebleven de zoon Izaak du Bois en Suzanna Heule, die in 1873 zijn opgevolgd door Ambrosius Hudders van Oedelem in België. In 1888 is de hofstede verkocht aan den heer Moelker te Tholen, die haar heeft verpacht aan Leendert Bleiker van Kloetinge en Janna van Dalen, in wier plaats in 1891 gekomen zijn Johannes Jacobus Provoost en Elizabeth Jozina Hoste, die de hofstede in 1902 hebben gekocht. Dezen zijn in 1927 vertrokken en opgevolgd door hun zoon Anthonie Jacobus Provoost en Suzanna Elizabeth Risseeuw.

ADORNISPOLDER.

Den 12 April 1776 is alhier overleden Pieter Bouwens. De weduwe Maria Hennekeij hertrouwd 16 Februari 1777 met Jacob Oosterling, weduwnaar van Tanneke de Smidt. De man overleden 12 April 1807. In 1813 gekomen Jacob Lienard en Magdalena van Peenen, in 1827 Izaak Sanders en Johanna Maria de Swarte. Dezen zijn in 1842 vertrokken en gekomen van onder Zuidzande Maria Voskamp, weduwe van Jannes Cappon, die op 24 November 1842 hertrouwde met Daniel Bonte. In 1874 heeft Bonte de hofstede verkocht aan Jacobus de Hullu en Magdalena Francina Scheele, die ze hebben laten bekasteleinen laatstelijk door hun zoon Izaak de Hullu en Suzanna Provoost, die in 1891 pachters zijn geworden. In 1887 is hiereen nieuw woonhuis gebouwd. In 1897 zijn Izaak de Hullu en Suzanna Provoost vertrokken en alhier gekomen Adriaan Provoost en Cathalijntje Cornelis, die in 1913 zijn opgevolgd door Jozina de Hullu, dochter van Izaak de Hullu voornoemd, en Abraham Pieter Verhage.

 ADORNISPOLDER.

In 1781 zijn van hier vertrokken Isaac Cruson en Adriana Cuveljé en is deze hofstede bij perceelen verkocht. Naderhand is zij vervallen tot een arbeidershofsteedje, waarop gewoond heeft Jannes van Bortel, en in 1837 is de timmerage afgebroken.

BAANSTPOLDER.

In 1774 heeft men in den Wulpenpolder een inlaagdijk gelegd en het hofsteedje van Maria Meulenaar, weduwe van Pieter Masclee, overgebracht naar den Baanstpolder. Genoemde weduwe hertrouwde 24 Juni 1780 met Abraham Vermeulen, weduwnaar van Sara Lansen.In hun plaats zijn gekomen Jannes Pattist en Sara Clicquennoi. Pattist gestorven 25 November 1781, de weduwe hertrouwd op 12 Januari 1783 met Izaak Bontink. Bontink heeft den timmer, staande op pachtland van de Doopsgezinde Diaconie te Aardenburg, met 23 gemeten 240 roeden land, den mestput en de hekkens en heiningen op 29 Januari 1784 voor ƒ3150verkocht aan Levinus Haak te Middelburg, en in hetzelfde jaar zijn alhier gekomen Adriaan de Groote en Aaltje Verdouw. De man gestorven 12 Juni 1791, de weduwe hertrouwd 20 Mei 1792 met Izaak Porreij. In 1813 gekomen de zoon Abraham Pieter de Groote en Martina Goossen. De vrouw gestorven 31 December 1863, de man 1 Januari 1867. Toen zijn hier gebleven hun kinderen Jannes, Pieter, Jacobus en Suzanna de Groote. Jannes de Groote overleed in 1868, Pieter de Groote in 1896. In 1903 is de hofstede verkocht aan Adriaan Schijve Joziaszoon en Elizabeth Schippers, die hier in 1905 zijn komen wonen. Zij vertrokken in 1925 en zijn opgevolgd door hun zoon Jozias Izaak Schijve en Adriana Cornelis.

BAANSTPOLDER.

In 1819 zijn op het arbeidershofsteedje van Jannes ‘t Gilde, die naar Cadzand vertrok, gekomen Izaak van Houte en Cathalijntje van de Mart. De man gestorven 2 Januari 1836, de weduwe 12 November 1849. Later hebben hier gewoond hun dochter Maria van Houte en François Tack, die in 1852 vertrokken naar Noord-Amerika en opgevolgd zjjn door Jacobus Johannes Provoost en Suzanna Schippers, die het hofsteedje van zaailanden hebben vergroot. De vrouw overleden 18 Juni 1872, de man hertrouwd 26 April 1877 met Martina Colijn. Provoost gestorven 1 Januari 1904 en gebleven de zoon Jacobus Provoost, die in 1921 overleed en in hetzelfde jaar is opgevolgd door Jan Johannes Riemens en Suzanna Martina Provoost.