Oostburg

HENRICUSPOLDER.

Den 15 Juli 1752 droeg de toenmalige bewoner Jacob la Cour den timmer dezer hofstede, staande op pachtland, voor ƒ600 over aan Abraham van Houte Danielszoon en Jozina van de Veere. In de plaats van dezen zijn in 1777 gekomen hun neef Abraham van Houte Izaakszoon en Suzanna Geerings. In 1799 gebleven hun dochter Maria Magdalena van Houte en Paulus van de Plassche. In 1826 gekomen Jozias Risseeuw Pieterszoon en Maria Duijck, die in 1844 vertrokken en opgevolgd zijn door Leonardus Franciscus Mabesoone, geboren te Lapscheure, en Rosalia de Jaeger. De man gestorven 22 Juni 1876, en in 1883 gebleven zijn zoon Johannes Franciscus Mabesoone en Barbara Theresia Josepha Quataert. De vrouw gestorven 27 October 1899, de man hertrouwd 28 Februari 1902 met Nathalie Pelagia Quataert. De man gestorven 14 Augustus 1917. In 1918 gekomen Achillus Emilius Johannes de Badts en Hortensia Seraphina Maria Buijck, op wie in 1928 zijn gevolgd Adriaan Priem en Adriana Martens uit Ovezande.

HENRICUSPOLDER.

Waarschijnlijk is dit dezelfde hofstede als die "bij de Oostburgschebrugge", welke door Anna Cornelia Schimmmelpenninck van der Oye douairière Borre van Amerongen op 1 Mei 1736 met 44 gemeten land voor ƒ2156.56 werd overgedragen aan den toenmaligen bewoner Daniel le Cocq.

Den 27 Januari 1772 is alhier overleden Jacobus Risseeuw. De weduwe Levina Albert hertrouwd 6 Juni 1774 met Jacob Sanders. Sanders overleden 8 Februari 1784, de weduwe andermaal hertrouwd 8 Maart 1785 met Jacob Seny, burgemeester en bierbrouwer teOostburg. In het zelfde jaar zijn alhier gekomen hare dochter uit een vroeger huwelijk Maria Cappon en Jacob Claerbaut. Claerbaut gestorven 22 October 1796, de weduwe hertrouwd 2 October 1797 met Paulus van de Plassche Françoiszoon. De vrouw overleden 19 December 1798. Van de Plassche hertrouwd 31 Maart 1800 met Maria Risseeuw. In 1841 zijn hier in hun plaats gekomen hun zoon François Jacobus van de Plassche en Maria Pattist. De vrouw overleden 17 April 1853, de man hertrouwd 5 Juli 1854 met Jozina Fenijn. Van de Plassche gestorven 23 Mei 1858, de weduwe hertrouwd 18 Mei 1859 met Adriaan de Bruijne Brevet. In hetzelfde jaar alhier gebleven Jannes van de Plassche, zoon van François Jacobus van de Plassche en Maria Pattist voornoemd, die op 26 Juli 1882 ongehuwd overleed en opgevolgd is door zijn broeder François van de Plassche en Anna Verhage. In 1908 gebleven hun zoon François van de Plassche en Suzanna Luteijn, die in 1919 vertrokken en in wier plaats toen gekomen zijn Julius Josephus Fassaert en Leonie Maria Fassaert uit het Land van Hulst. Fassaert heeft de hofstede in 1925 met 53 gemeten verkocht aan Jan Scheele te Zaamslag, en in 1926 is zij metterwoon betrokken door David Scheele en Geertrui Vinke.

HENRICUSPOLDER.

Op 3 Sept. 1738 droegen Isaac Lienard en Marianne de Mazure den timmer dezer hofstede voor ƒ650 over aan den toenmaligen bewoner Berend Maas. Op 1 December 1744 droeg Jannetje Witte, weduwe van Berend Maas, den timmer voor f 500 over aan Nicolaas de Die. In 1772 kwamen hier in plaats van de Die’s weduwe Isaac Risseeuw en Cornelia van de Putte, die in 1774 vertrokken naar den Eijckenpolder onder Zuidzande en opgevolgd zijn door Cornelis du Bois en Maria Wage. In 1777 zijn hier gekomen Jannes Manhave en Elizabeth van Houte. De man gestorven 8 Juli 1786, de weduwe 19 Juli 1786. In Februari 1787 is de hofstede verkocht aan Adriaan Platschaart en Suzanne le Roy, die hier in hetzelfde jaar zijn gekomen en het hof in 1789 verkocht hebben aan Abraham Gillissen Verschage en Suzanna Obijn, die haar in ‘t zelfde jaar metterwoon hebben betrokken. Verschage overleden 13 Januari 1822, de weduwe in 1844. De erfgenamen hebben daarop de hofstede verkocht aan Jozias Risseeuw en Maria Duijck, die er toen op zijn gekomen en een nieuw woonhuis hebbengebouwd. De vrouw overleden 1 Mei 1868. In 1877 gebleven haar dochter Suzanna Risseeuw en Marinus Bouwens. De vrouw overleden 29 Juli 1871, de man hertrouwd met Elizabeth de Blaauwe. In 1885 gebleven de dochter Maria Bou wens en Izaak Luteijn Davidszoon. Dezen vertrokken in 1898 en zijn opgevolgd door Jan van de Plasse en Johanna Kegel, beiden afkomstig uit Zuid-Beveland. In Mei 1925 is alhier de schuur afgebrand door het onweder.

HENRICUSPOLDER.

In 1762 woonden hier Jacob Olivier en Catharina van Houte, de man overleden 15Februari 1793. In zijn plaats gekomen zijn zoon Jacob Olivier en Maria Magdalena Naeije. De man gestorven 28 Mei 1810 en hier gekomen Simon Cuveljé en Janneke Buijck. In 1817 gekomen Casimir Dhont, in 1834 Carolus Johannes Quaetaert en Coleta Mabesoone. In 1845 is het hof gekocht door Isaac Nortier (de timmer met 35 hectaren 55 aren 80 centiaren eigendom voor ƒ 27720) en Quaetaert vertrokken naar onder Groede. Daarna is de hofstede bekasteleind tot 1853, toen hier gekomen zijn Isaac de Smit en Maria Risseeuw. De vrouw overleden 13 Jan. 1855, de Smit hertrouwd 28 Jan. 1863 met Levina Adriana de Bruijne. Dezen vertrokken in 1899 en opgevolgd door hun zoon Pieter de Smit. In 1909 gekomen Jan Abraham Manrieke en Sara Schijve. Dezen vertrokken in 1927 naar onder Groede en zijn opgevolgd door Jan Levinus Pladdet uit Terneuzen en Cornelia Adriana van Tatenhove.

HENRICUSPOLDER.

Op 2 April 1756 droeg Nicolaas de Die den timmer dezer hofstede voor f 420 overaan Abraham Dhont, die hier na dien heeft gewoond en den timmer op 16 Juni 1761 voor denzelfden prijs overdroeg aan Jacob Vermeulen en Cornelia van der Meulen. Jacob Vermeulen is hier overleden 9 Augustus 1765, de weduwe hertrouwd 7 December 1766 met Joost Goethals. De vrouw gestorven 31 Januari 1775, Goethals hertrouwd 24 December 1775 met Janna Baart. In 1779 gekomen Adriaan Wisse en Sara Cornelis. De vrouw overleden 5 November 1784. Wisse hertrouwd 1 Mei 1785 met Maria Goethals. Hij overleed 9 September 1827, de weduwe Maria Goethals op 19 Febr. 1830. De erfgenamen hebben daarop het hof verkocht aan hun mede-erfgenaam Adriaan Wisse, zoon van Adriaan Wisse en Maria Goethals, en Maria Gillissen Verschage. De vrouw gestorven 24 Mei 1835, de man hertrouwd 1 Maart 1837 met Suzanna Jacoba Kraaijmes. In 1843 gekomen Bernardus Josephus Roegiers en Angelina Christina Dossche. Roegiers overleed 6 Juni 1864. Daarop is het hof verkocht aan Isaac de Smit en zijn de landerijen gevoegd bij diens hofstede. in 1899 alhier gekomen diens zoon Abraham de Smit en Sara de Vlieger.

HENRICUSPOLDER.

In 1780 zijn hier in plaats van Jannes van Houte en Maatje Treutelaar gekomen Abraham van Houte en Maria Leenhouts. De vrouw gestorven 16 December 1782, Van Houte 1 November 1785. In 1785 gekomen zijn zoon Daniel van Houte en Anna den Boer, die in 1793 vertrokken naar de herberg Het Oude Stadhuis te Breskens en opgevolgd zijn door Cornelis van de Plassche en Pieternella Mullié. De man gestorven in 1794 en in 1795 gekomen Jacob van de Plassche en Catharina Zonnevijlle. De vrouw gestorven 1 Februari 1810. In hetzelfdejaar is van de Plassche verhuisd naar onder Cadzand en zijn van daar gekomen Abraham van Peenen en Pieternella de Mersseman. Van Peenen overleden 12 Sept. 1811. In 1818 heeft zijn weduwe het hof verkocht aan Isaac Nortier en Elizabeth van de Luijster. die hier toen zijn komen wonen en er in 1824 of 1825 een nieuw woonhuis hebben gebouwd. De vrouw overleden 7 Maart 1847. Later is Nortier hertrouwd met Janneke van der Weele. In 1855 gebleven haar zoon Johannes van der Weele en Janneke Focke de Goede. Deze vrouw gestorven 24 April 1863,de man hertrouwd 21 Juli 1864 met Jozina Centina Provoost. De vrouw overleden 26 Augustus1893. In 1896 is de hofstede verkocht aan Jannes Hubrecht van Cruijningen en Magdalena leGrand. en een tijdlang bewoond door een arbeider. In 1899 is hier een nieuwe schuurgebouwd en in 1902 zijn hier gekomen Cornelia Jozina van Cruijningen, dochter van JannesHubrecht van Cruijningen voornoemd, en Pieter de Bruijne Mattheüszoon. die in 1914vertrokken en opgevolgd zijn door hun broeder en zuster Mattheüs de Bruijne Mattheüszoonen Jozina Cornelia van Cruijningen.

HENRICUSPOLDER.

Omstreeks 1761 zijn hier in plaats van den overleden Samuel van Nieuwkerkegekomen Abraham le Grand en Magdalena van Damme. Na het overlijden dezer vrouw hertrouwdele Grand omstreeks Februari 1765 met Elizabeth Cappon. De man gestorven 10 Mei 1776, deweduwe hertrouwd 27 April 1777 met Jozias Risseeuw. Risseeuw overleden 28 Juli 1806 en in1808 gekomen zijn zoon Johannes Jacobus Risseeuw en Maatje Dirckx, die hier in 1818 eennieuw woonhuis hebben gebouwd. De man overleden 10 Mei 1838, de weduwe hertrouwd 9 Juni1841 met Hendrik Elias. In 1853 is de hofstede verpacht aan Izaak van Houte en JannaSuzanna Verplanke, en in 1862 met een groot gedeelte van de landerijen verkocht aanJacobus Bernardus Mabesoone, geboren te Lapscheure. en Melanie Maria Doens, die haar in1865 metterwoon hebben betrokken. De vrouw gestorven 10 Oct. 1876, Mabesoone 2 Juni 1885.De erfgenamen hebben daarop de hofstede verkocht aan Isaac de Smit, die ze door zijnkinderen heeft laten bekasteleinen. Tn 1896 gekomen zijn zoon Jannes de Smit en JannaPoissonnier, die in 1924 zijn opgevolgd door hunne dochter Neeltje de Smit en JoziasBasting Levinuszoon.

OUDE STAD.

In 1789 zijn van hier vertrokken Dingenis de le Lys en Maria Porrey en gekomenPieter Janssen en Francina Vergouwe, weduwe van Izaak Cornelis. De vrouw overleden 20 Juli1832, Janssen 1 October 1832. In 1833 is het hof verkocht aan den heer de Swarte, eenFranschman. die er zelf is komen wonen en er een oliefabriek op heeft gesticht, welkeechter het doel heeft gemist. In 1856 is de hofstede verkocht aan Jan Bonte-Thomaes, maarvan toen af zijn er geen paarden meer af gegaan. In het huis heeft later gewoond hunnedochter Nathalie Bonte, die getrouwd is geweest met Henricus Franciscus Baeijens.

 

 

 

STAMPERSHOEKPOLDER.

In 1819 heeft Jacobus Risseeuw, vrederechter te Oostburg, een hofstede gebouwd,die hij heeft laten hekasteleinen. Zij is in het bezit van zijn familie gebleven tot 1862,toen zij werd verkocht aan Izaak van Houte en Janna Suzanna Verplanke. Dezen zijn hier in1865 komen wonen en hebben het hof van landerijen vergroot. In 1891 is er nogmaals 27gemeten bijgevoegd. In 1895 is van Houte vertrokken en opgevolgd door zijn zoon IzaakJohannes van Houte en Johanna Jacoba Tromp. De vrouw overleden 19 December 1916, de manvertrokken in 1917, en in zijn plaats gekomen Christiaan Marinus Quist en Janna Babijn,die in 1927 zijn opgevolgd door Pieter van Prooije en Leijntje Maria Riemens.

VEERHOEKPOLDER.

In 1803 in plaats van Adriaan Bierlé gekomen Jan Zandijk. in 1813 Andries Fremouw en Maria van de Lijcke. Fremouw overleden 29 October 1827, de weduwe hertrouwd 10Dec. 1828 met Jacob Klaaijsen.

In 1849 gekomen Petrus Johannes Temmerman en Amelia Buijck. De man gestorven 21 Oct. 1861, de weduwe hertrouwd 27 Aug. 1862 met Jacobus Bernardus Galle, geboren te Middelburg in Vlaanderen. In 1894 gekomen Johannes Franciscus Bonte en Juliana Constantia Sturm. Dezen vertrokken in 1916 en zijn toen opgevolgd door Eugène Emile de Badts en Elizabeth Zwanepoel.

VEERHOEKPOLDER.

In 1859 hebben Adriaan de Bruijne Brevet en Jozina Fenijn een hofstede gebouwd,die zij in 1878 verkocht hebben aan Martha Cornelia Wijffels, weduwe van Jacobus Bernardus van Damme, die hier in de plaats van Brevet is gekomen. Deze vrouw gestorven 30 April 1888. Daarna is het hof met een deel der landen verkocht aan Anthonie Hoste te Nieuwvliet en zijn hier gekomen diens zoon, Jacobus Pieter Hoste en Dina Catsman. In 1910 gebleven hun zoon Willem Hoste en Jozina Jannetje Masclee.

VEERHOEKPOLDER.

In 1924 is voor Jacobus Abraham Risseeuw en Janneke Nortier een hofstede gebouwd, die zij in 1925 metterwoon hebben betrokken.

BRUGSCHEVAART POLDER.

In 1766 woonde hier Adriaan Thiers, die den timmer, staande op pachtland van Anna Hurgronje weduwe Huijssen van Kattendijke, met de plantage 17 Januari 1766 voorƒ 1986 overdroeg aan Izaak. Eckebus. Eckebus is gehuwd geweest met Elizabeth de Reuen overleed 7 Mei 1785 en toen zijn alhier gekomen David van Houte en Abigail Lombaard. In December 1792 is de hofstede verkocht aan Daniel Cappon Janszoon en Elizabeth Cappon, die hier in 1793 of 1794 zijn gekomen. De man overleden 29 November 1832; de weduwe 25 Februari 1837. In 1837 is de timmer verkocht aan Isaac Nortier en in 1841 zijn hier als pachters gekomen diens zoon Johannes Nortier en Cornelia Jozina de Muijnck, die in 1874 zijn opgevolgd door hun zoon Abraham Izaak Nortier en Catharina de Hullu, welke de landerijen der hofstede in 1903 hebben gekocht van de familie Pallandt van Rosendaal. Zij vertrokken in 1915 en gebleven hun zoon Johannes Abraham Nortier en Johanna Becu.

VIJFHONDERD BEOOSTER EEDE.

 

HET HOF DE KONIJNENBERG.

In 1758 woonde hier Adriaan Thiers, wiens vrouw Cornelia Danikins overleed op 25 Sep. 1761. Den 17 Januari 1758 verkocht de ontvanger der kerkelijke goederen van Aardenburg en Oostburg den timmer dezer hofstede voor ƒ 2200 boven de onkosten aan Abraham Labyt. In pacht volgden ruim 27 gemeten, toebehoorende aan de kerk van Aardenburg,aan 5½ gulden, en ruim 66 gemeten, toebehoorende aan de kerk van Oostburg, aan ƒ6per gemet. Labyt is hier in datzelfde jaar komen boeren. Hij is gehuwd geweest met Sara van Houte, later met Sara de Reu, overleden 2-7-1765 en hertrouwde omstreeks Augustus 1766 met Cathalijntje de Smit. Labyt overleden 14 Mei 1807 en gekomen zijn dochter uit het laatste huwelijk Maria Labyt en Jacob Verkruijsse. De vrouw gestorven 23 Mei 1839 en in 1840 gekomen Isaac Jacobus Poissonnier en Janna van de Plassche, die in 1869 vertrokken en opgevolgd zijn door hun zoon François Jacobus Poissonnier en Neeltje Basting. In 1895 is het hof verkocht aan Abraham Izaak Nortier en in hetzelfde jaar is het echtpaar Poissonnier - Basting verhuisd naar onder Retranchement. Daarop heeft hier een tijd lang een arbeider gewoond, totdat er in 1906 zijn gekomen Izaak Johannes Nortier, zoon van Abraham Izaak Nortier voornoemd, en Elizabeth Becu.

BRUGSCHEVAART POLDER.

In 1842 is hier een hofsteedje gebouwd, waarop van onder Schoondijke zijn gekomen Jannes de Smit en Maria Suzanna Nortier. De Smit overleden 18 Juni 1853. Het hof is in verloop van tijd van landerijen vergroot en in 1862 zijn hier in plaats van zijn moeder, Maria Suzanna Nortier voornoemd, gekomen Abraham Jannes de Smit en Jozina Bouwens.In 1860 is er aan de overzijde van den keiweg een schuur bijgebouwd. De vrouw overleden 19Januari 1890, de man 5 Maart 1905 en gebleven de kinders Pieter Jannes, Jannes Pieter, Abraham Jannes en Cathalijntje de Smit.

VIJFHONDERD BEOOSTER EEDE.

 

HET HOF DE MAAGDENBERG.

In 1735 is dit hof voor zeven jaar verpacht aan Carel van den Broeke voorƒ9,- per gemet. Op 12 Mei 1739 droegen Johanna Helena Lindheijmer, weduwe van Anthonius le Roy, en consorten het met 119 gemeten 51 roeden land, benevens 356 strekkende roeden zeedijk en de voorliggende schorren, over aan Adrianus van Bommel, oud-burgemeestervan Bergen op Zoom. Omstreeks 1745 was er pachter Boudewijn van de Putte. In 1746 behoorde het met 150 gemeten 192 roeden eigendom aan Pieternella de Puijdt, destijds echtgenoote van Jacobus van der Straten en eerder weduwe van Pieter Herny, welke op 25 December 1746 te Sint Anna ter Muiden overleed. Bij de verkaveling harer nalatenschap tusschen haar weduwnaar Jacobus van der Straten voornoemd en hare drie zoons Pieter, Antheunis en Jacobus Herny op 26 April 1748 viel de timmer met 150 gemeten 192 roeden eigendom voorƒ9038.40 toe aan de drie genoemde zoons. Omstreeks 1753 heeft Antheunis Herny het aandeel van zijn broeder Jacobus in de hofstede en landen, zijnde een derde part,overgenomen voor ƒ4067.20.

Antheunis Herny en zijn vrouw Maria van Cruijningen zijn hier komen wonen enbeiden overleden, de vrouw 25 Juni 1779, Antheunis Herny 29 Nov. 1781. In hun plaats zijngekomen hun dochter Catharina Herny en Isaac Steijaard. De vrouw overleden 16 October 1801. In 1816 gebleven de dochter Johanna Steijaard en Johannes Risseeuw. De vrouw overleden 14 April 1825, Risseeuw hertrouwd in 1826 met Suzanna Clara Faro. Deze vrouw gestorven 19 Augustus 1837. Later gebleven Izaak Risseeuw, zoon van Johannes Risseeuw en Johanna Steijaard voornoemd, en Sara de Muijnck, die in 1875 vertrokken en opgevolgd zijn door hun zoon Jacob Johannes Risseeuw en Elizabeth Karels. Dezen vertrokken in 1882 en in hun plaats gekomen Charles Moeraert en Anna Maria Wille, op wie in 1899 zijn gevolgd Camille Eduard Buijsse en Clementina Celestina Haverbeeke.

 

SOPHIAPOLDER.

In 1892 heeft Jozina Risseeuw, weduwe van Pieter le Grand, op een haar toebehoorende partij land een hofstede gebouwd voor hare dochter Jozina le Grand en Izaak Pieter Risseeuw, die hier in 1893 zijn gekomen en gebleven zijn tot 1924, toen in hunplaats zijn gekomen hun zoon Adriaan Pieter Risseeuw en Neeltje Elizabeth Risseeuw.

SOPHIAPOLDER.

 

HET PAVILJOEN.

In dezen polder, die in 1807 is bedijkt, heeft men bij de bedijking ten behoeve van de concessionarissen een zoogenaamd paviljoen gebouwd. Van 1819 af is dit bewoond geweest door Etienne Soleil. In 1829 gekomen Franciscus Stofferus, in 1832 Anthonie Bruggeman, in 1838 Pieter Anthonius Bruggeman. Na het afloopen van de concessie in 1857 zijn hier eenige landerijen bijgevoegd zoodat er een hofstede uit is geformeerd. Op 23 Januari 1862 is Bruggeman gestorven en zijn alhier gekomen Angelus Augustinos de Smet en Angelina Cauwels. De vrouw overleden 7 Mei 1889. In 1877 is de schuur afgebrand door het onweder, en in 1901 zijn hier gekomen Franciscus Henricus Edumondus Modde en Maria Sophia Martens.