Zuidzande

GROOTE BLADELIJNSPOLDER.

In 1710 woonden hier Jacob Gilliszoon van Cruijningen en Maria Louyssen van der Meulen, die 6 Januari van dat jaar den timmer dezer hofstede, waarvan het huis blijkens de jaarankers dagteekent van 1698, mitsgaders een arbeidershuis en nog eenige meubilaire goederen voor f 3600 en de plantage voor ƒ600 verkochten aan Johannes Risseeuw, die gehuwd was niet hunne dochter Janneke van Cruijningen. Met de gebouwen volgden in pacht 61 gemeten 48 roeden land, zijnde eigendom van de verkoopers, benevens nog 9 gemeten 289 roeden, aan anderen toebehoorende, alles voor ƒ 7.50 per gemet ‘s jaars boven de lasten uitgezonderd het watergeschot, dat voor rekening van de eigenaars bleef. De vrouw gestorven omstreeks 27 Nov. 1717, de man hertrouwd omstreeks 7 April 1722 met Anthonetta van der Strate. De vrouw overleden in Mei 1744, de man 12 Mei 1766. In 1767 gebleven zijn zoon Jozias Risseeuw en Jozina Erasmus. De man gestorven 27 September 1794, de weduwe 10 December 1808. In 1811 gekomen hun zoon Izaak Risseeuw, die op 16 Mei 1811 trouwde met zijn nicht Anthonetta Risseeuw. De vrouw gestorven 16 October 1816, de man 7 April 1832, en alhier gebleven zijn eenig kind Jozina Clara Risseeuw, die den 23 Mei 1832 trouwde met haar neef Izaak de Hullu Jacobszoon. De man overleden 21 Juli1843, de weduwe hertrouwd 22 Mei 1845 met Izaak Leenhouts. De man overleden 2 Mei 1861, de vrouw 10 Oct. 1866. In 1866 gebleven haar zoon Izaak Leenhouts, die op 18 April 1867 trouwde met Maria de Vlieger. De vrouw overleden 26 Maart 1901. De man vertrokkenin 1902 en opgevolgd door zijn zoon Jannes Leenhouts en Cathalijntje Abigail Masclee. In Juli 1913 is de schuur afgebrand door het onweder. De vrouw overleden 26 September 1917, de man hertrouwd 16 Mei 1918 met Maria Risseeuw.

GROOTE BLADELIJNSPOLDER.

In 1704 woonde hier Nicolaas Parmentier, geboortig van Reningelst bij Poperinge, aan wien op 16 Mei 1704 door Adriaan Verdouw werd overgedragen de timmer dezer hofstede voor f 3499.85. Parmentier, eerst gehuwd met Catharina Quetstroo, hertrouwde 11 Juli 1706 met Maria Cappon. Na zijn overlijden in het voorjaar van 1725, droegen zijn erfgenamen den timmer op 24 Augustus 1725 voor f 2976 over aan Pieter van der Strate, die gehuwd is geweest met Maria Magerman. De vrouw overleden 19 October 1760, de man 22 Januari 1762. Op 16 April 1762 werd de timmer met de plantage door zijn nagelaten zoon Jacobus van der Strate voor f 3390 overgedragen aan Philip de Loo die gehuwd is geweest met Maria Boidin. Op 17 November 1769 droegen dezen den timmer met de baning van ten naaste bij 107 gemeten land over aan Pieter de Hullu en Anne Claerbaut die hier in 1770 zijn gekomen van onder Schoondijke. In het volgende jaar zijn zij alweder van hier vertrokken naar den Antwerpenpolder, na den timmer met de plantage en den mestput voor f 4440 te hebben overgedragen aan Jacob Casteleijn en Maria Cappon, die hen in dat zelfde jaar 1771 zijn opgevolgd. De man gestorven 16 Januari 1799, de vrouw 31 December 1808. Daarop is hier gekomen Cornelis Verhage, die als weduwnaar van Suzanna Casteleijn den 30 November 1809 hertrouwde met Magdalena Casteleijn. De man gestorven 2 Januari 1816, de weduwe 27 Augustus 1846, en gebleven haar zoon Jannes Verhage en Janneke Risseeuw. De vrouw overleden 14 Januari 1851, de man 13 Januari 1862. In laatstgenoemd jaar zijn alhier gekomen Clement Cornelis Verhage en Jozina de Hulster. De man gestorven 13 October 1872. Daarna is de hofstede in gebruik genomen door Abraham Anthonie de Vlieger en Magdalena Verhage, dochter van Jannes Verhage hiervóór genoemd. Dezen zijn in 1900 vertrokken en opgevolgd door Jan Willem de Zwart en Adriana Lijbaart.In 1909 gebleven hun zoon Izaak Cornelis de Zwart en Maria de Vlieger, dochter van Abraham Anthonie de Vlieger bovengenoemd. De vrouw overleden 15 Januari 1921, de man hertrouwd in 1924 met Jozina de Smit. In Mei 1925 heeft Izaak Cornelis de Zwart de hofstede gekocht.

GROOTE BLADELIJNSPOLDER.

Omstreeks 1699 woonden hier Pieter Pauwels en Maria Faas, wier erfgenamen den timmer van deze hofstede met een arbeidershuis en de plantage op 15 Mei 1708 voor f 3775 overdroegen aan den toenmaligen bewoner Hendrik van Cruijningen aan wien in macht volgden al de eigen landen en schorren der verkoopers ten getale van ruim 108 gemeten, die destijds aan deze hofstede werden gebaand, voor f 7.50 per gemet boven de opgelden. Hendrik van Cruijningen was gehuwd met Maria Tack. Na dezen heeft alhier geboerd hun zoon Abraham van Cruijningen, die op 25 December 1755 trouwde met Adriana de Back. De vrouw overleden 6 Februari 1769. de man hertrouwd 10 Juni 1771 met Jozina Verkruijsse. De vrouw overleden 3 Mei 1773, de man 22 April 1784. De erfgenamen zijn in het gebruik gebleven tot 1790, toen alhier is gebleven hun broeder Hendrik van Cruijningen, die op 28 Juli 1790 trouwde met Adriana Visser. De man overleden 4 November 1794, de vrouw 24 November 1794. In hun plaats zijn gekomen ‘s mans broeder Abraham van Cruijningen en Johanna Visser, die in 1815 opgevolgd zijn door hun zoon Abraham van Cruijningen en Jozina Risseeuw. In 1850 gebleven hun zoon Izaak van Cruijningen en Suzanna Risseeuw. De vrouw gestorven 30 September 1852, de man hertrouwd 26 April 1854 met Anna Luteijn. In 1892 gebleven hun zoon Jannes van Cruijningen en Maria Risseeuw, die in 1914 zijn opgevolgd door hun neef Izaak van Cruijningen Pieterszoon en Elizabeth de Hullu.

VIERHONDERD BEOOSTEN TER HOFSTEDE, 7de BEGIN

 

DEN NIEULANTSPOLDER.

In 1676 woonden hier Paulus van Hecke, geboortig van Cortemark bij Thourout, en Tanneke Reijniers. Na het overlijden van Van Hecke hertrouwde de vrouw op 18 Mei 1681 met Joost Risseeuw. Zij is kort daarna gestorven, waarop Joost Risseeuw den 3 Januari 1683 hertrouwde met Jozina Casteleijn. De man overleden omstreeks 17 October 1722, de weduwe 30 Mei 1736. Op 4 Mei 1756 droegen hun erfgenamen den timmer, waarvan het huis blijkens de jaarankers van 1642 dagteekent, staande op pachtland, met de plantage voor f 2880 over aan Jacob Mullié Antoineszoon, die omstreeks Juni van hetzelfde jaar trouwde met Jozina Risseeuw, kleindochter van Joost Risseeuw hiervóór genoemd. Mullié heeft hiergewoond tot 1760, toen hij den timmer voor f 2880 en de hekkens en heiningen voor f150 overdroeg aan Jacobus Rissceuw Johanneszoon, die op 27 April 1760 trouwde met Bastiana Poppe. De man gestorven 6 October 1794 en in 1796 in plaats van zijn moeder gekomen Jacobus Risseeuw en Pieternella Mullié, eerder weduwe van Cornelis van de Plassche. De man gestorven 24 September 1818, de weduwe 1 September 1827. In haar plaatsgekomen hare dochter Bastiana Risseeuw en Jacobus Hendrik Risseeuw Johanneszoon. In 1835 is de hofstede uit de hand verkocht aan Jannes Erasmus en Sara Pieternella Risseeuw, zuster van Jacobus Hendrik Risseeuw voornoemd. Daarna is zij bekasteleind geworden tot 1859, toen zij verpacht is aan François Hubrecht van Peenen en Adriana de Hullu. De vrouw gestorven 9 December 1861. In 1877 is van Peenen opgevolgd door Abraham Kotvis en Suzanna Sara van Peenen. En 1910 gebleven hun zoon Abraham Kotvis en Grietje Herweijer.

VIERHONDERDPOLDER BEOOSTEN TERHOFSTEDE, 3de BEGIN

 

DE SCHARE.

In 1700 woonde hier Adriaan Verdouw. Op 27 Februari 1711 droegen Hendrik Ipermans en Paulina Ipermans, douarière van Philip Jacob baron van den Boetselaer, den timmer van deze destijds nog door Verdouw bewoonde hofstede, waarmede in pacht volgden imm 122 gemeten land, voor f 2340 over aan Pieter de Graaf en Rosina Dobbelaer. Dezen hebben hier vervolgens geboerd en na de Graaf’s overlijden hebben zijn weduwe en kinderen den timmer met een arbeidershuis en de baning van 127 gemeten land op 1 October 1728 voor f 1927 overgedragen aan Jacobus Risseeuw en Johanna Nuijting. De vrouw overleden 22 September 1738, de man hertrouwd 26 December 1751 met Jozina Magerman. De man overleden 8 Maart 1755, de vrouw hertrouwd 11 Januari 1756 met Abraham Gijsels. Gijsels stierf 6 Januari 1789, de weduwe hier gebleven tot in 1794, toen zij is opgevolgd door haar zoon Cornelis Gijsels en Willemina van Houte. De man overleden 15 September 1794, de weduwe hertrouwd met Michiel Bruijnooge weduwnaar van Maria Cappon. De vrouw gestorven 8 Februari 1796, Bruijnooge hertrouwd 24 Juli 1796 met Maria Casteleijn. in 1799 zijn in hun plaats gekomen Jannes Goossen en Pieternella de Ruijsscher. De man gestorven 1809, de weduwe hertrouwd in 1813 met Jacob Janssen. De vrouw overleden 12 Mei 1822. In 1824 gekomen Jannes Risseeuw en Magdalena de Maker. De man gestorven 22 Februari 1860 en de weduwe gebleven tot 1865, toen zij is opgevolgd door haar zoon Pieter Risseeuw en Janneke Frelier. In 1896 is de timmer met een deel der landen verkocht aan Jannes Masclee en Suzanna Jozina Risseeuw, waarna hier gekomen zijn hun zoon Jacobus Jannes Masclee en Maria Leenhouts. In 1901 is er een nieuw woonhuis gebouwd.

VIERHONDERD BEOOSTEN TERHOFSTEDE,

 

HET MARIAHOF.

Op deze hofstede zijn, nadat zij met eenig land was vergroot, omstreeks 1864 gekomen Jacob Kools en Suzanna van Cruijningen, die in 1876 vertrokken naar het hof Coxiede onder Zuidzande. Daarna hebben er eenige arbeiders gewoond tot 1892, in welk jaar er van onder IJzendijke zijn gekomen Willem de Blaeij en Elizabeth Leenhouts, op wie in 1896 zijn gevolgd Johannes Willem Boogaart, afkomstig uit Poortvliet, en Maria Breure. Devrouw overleden 4 Augustus 1918. In 1920 gebleven de zoons Simon Boogaart en Leendert Jacobus Boogaart, gehuwd met Jacomina Blok. In 1926 heeft de eigenaar, Mr A. J. Fokker te Middelburg, het hof verkocht aan den arts Hendrik Simon Boogaart, zoon van Johannes Willem Boogaart hooger genoemd. Thans wordt de hoeve bewoond door het echtpaar Boogaart-Blok hiervóór vermeld.

 

 

VIERHONDERD BEOOSTEN TER HOFSTEDE, 4de BEGIN

 

DEN ACKELARE.

Omstreeks 1734 woonde hier waarschijnlijk Cornelia van Houwe, weduwe van Pieter Parmentier.

Op 20 April 1785 is op deze hofstede overleden Abraham den Dekker, in wiens plaats van Sint Anna ter Muiden gekomen zijn Jannes van Hecke en Catharina van de Plassche Abrahamsdochter. De man gestorven 16 Juni 1798, de weduwe hertrouwd met haar neef Abraham van de Plassche Françoiszoon den 26 Juli 1799. In 1810 is de hofstede verkocht aan François van de Plassche en eenige jaren bekasteleind geworden.

In 1821 als pachter gekomen Willem Marinusse. In 1824 is zij verkocht aan den heer Gheldolf, en in 1825 zijn er als pachters op gekomen Abraham Verhage en Lea du Flo.In 1845 gebleven hunne dochter Francina Verhage en Jannes de Vlieger, die het hof in 1860 hebben gekocht. De vrouw overleden 10 December 1892. In 1894 heeft de Vlieger de hofstede met een deel van de landen verkocht aan Izaak Leenhouts. Daarna is zij bewoond geweest door een arbeider totdat er in 1900 op zijn gekomen Reinier Risseeuw en Jozina Cathalijntje Leenhouts, die haar in 1920 hebben verkocht aan de gebroeders Knibbe uit den Haarlemmermeerpolder. In 1925 is de schuur afgebrand. Thans wordt het hof beboerd door Aalbert Knibbe en Maartje Luijt.

WATERING VAN ZUIDZANDE, l4de BEGIN

 

DEN WOUTER MARIA TREILDERPOLDER.

Den 10 Mei 1744 trouwde Jacob de Mersseman met Pieternella den Dekker. De man gestorven 30 Juni 1758, de weduwe hertrouwd 6 Mei 1759 met Willem Wage. De vrouw gestorven 3 Mei 1777, de man hertrouwd 28 December 1777 met Janneke Versluijs. Wage gestorven 26 Augustus 1782, de weduwe hertrouwd 22 Juni 1783 met Daniel van Houte weduwnaar van Francina Risseeuw, die destijds boerde op een hofstede onder Schoondijke, waarheen de vrouw is verhuisd. Zij, is hier toen opgevolgd door Adriaan Versluijs en Adriana Masclee. De man overleed 8 November 1824. In 1828 gebleven zijn zoon Salomon Versluijs en Anna de Hullu, die hier in 1834 een nieuw woonhuis hebben gebouwd en in 1853 opgevolgd zijn door Pieter de Hullu en Cathalijntje Risseeuw. De man gestorven 14 Mei 1864, de weduwe hertrouwd 11 October 1865 met Izaak de Bruijne. In 1885 zijn zij vertrokken en gebleven dezoon Izaak Jannes de Hullu en Magdalena Jozina Risseeuw. In 1923 gebleven hun zoon Jacobus Willem de Hullu en Cornelia Jacomina Scheele.

WATERING VAN ZUIDZANDE, l7de BEGIN

 

DEN OUDEN POLDER.

DE BERGHOFSTEDE.

In 1676 woonde hier Jozina Datthijn, geboortig van Eessene bij Diksmuden en destijds weduwe van Johannes Casteleijn. Zij hertrouwde 17 Juli 1677 met Anthonie Verheecke. Na haar overlijden droegen haar erfgenamen op 7 Juni 1695 den timmer met de plantage voor f 4200 over aan haar zoon Jacobus Casteleijn. Deze overleed in Maart 1728 of 1729. Zijn erfgenamen hebben daarop den timmer met een arbeidershuisje voor f 3600 overgedragen aan Jozias Risseeuw, die den 17 April 1729 trouwde met Maria Nuijting. De man overleden 14 December 1758 of 1759. Op 15 Maart 1760 heeft de weduwe den timmer met de plantage en twee arbeidershuizen voor f 3600 verkocht aan hare dochter Jozina Risseeuw, gehuwd met Jacob Mullié Antoineszoon, die hier in hetzelfde jaar in haar plaats zijn gekomen, en in 1776 zijn opgevolgd door Jozias Butin en Johanna Pleijte. In 1811 gebleven hun zoon Pieter Butin en Johanna Magdalena Basting. De man overleden 25 Februari 1836. Den 29 November 1836 is de schuur door een storm ingestort. In 1838 heeft de weduwe Butin de hofstede met 130 gemeten gekocht voor f 171 per gemet. Zij overleed 26 December 1848 en daarna is liet hof verkocht aan Abraham Johannes Risseeuw te Zuidzande en verpacht aan Abraham de Vlieger en Cathalijntje Risseeuw, die er echter eerst in 1851 zijn komen wonen, en in 1863 zijn opgevolgd door den zoon des eigenaars David Abraham Risseeuw en Janneke Luteijn. In 1886 gebleven hun zoon Abraham Johannes Risseeuw en Sara Luteijn, in wier plaats in 1903 gekomen zijn Samuel Lako en Sara Sanders. In 1911 zijn dezen vertrokken en van onder Groede gekomen Abraham Salomé en Sara Cornelis. In 1912 is de schuur afgebrand door het onweder. In 1922 zijn hier in plaats van zijn ouders gekomen Zeger Cornelis Salomé en Johanna Neeltje Basting.

WATERING VAN ZUIDZANDE, l5de BEGIN

 

DEN PIETER WEER TEBOSPOLDER.

Vermoedelijk is dit dezelfde hofstede als die, wier timmer en plantage op 5 April 1760 door de echtelieden Jacob van Route Danielszoon en Sara Risseeuw en de kinderen van Sara Risseeuw bij wijlen haar vroegeren echtgenoot Abraham den Dekker voor f 2370 werd overgedragen aan Zacharias Koolman, en door Koolman op 15 Juli 1763 voor f 2520 wederom werd overgedragen aan Isaac Taillie.

In 1766 woonde hier Abraham Wage. De man overleden in 1805, de weduwe Elizabeth Janssen hier gebleven tot 1811. Toen zijn gekomen Abraham de Vlieger en Jozina Catharina du Bois. De vrouw gestorven 22 Januari 1819, de man hertrouwd 21 April 1819 met Sara Obijn. De vrouw overleden 16 December 1847 en in het volgend jaar gebleven haar zoon Pieter de Vlieger en Maria Bosschaart. In 1890 is de hofstede verkocht aan Krijn Tol te Breskens en vervolgens een tijdlang bekasteleind. In 1893 zijn als pachters gekomen de dochter Johanna Tol en Jacob Kouwe, die in 1918 zijn opgevolgd door Adriaan Pieter de Jonge en Pieternella Jansen van Rosendaal, welke hier gebleven zijn tot in 1919, toen er zijn gekomen Clement Cornelis Verhage en Sara Jozina Dhont. Op 15 Mei 1924 is de schuur afgebrand door het onweder. In 1927 is Verhage vertrokken, na de hofstede uit de hand te hebben verkocht aan Izaak Risseeuw en Suzanna Elizabeth Haartsen, die in 1928 van het hof Den Drieweg onder Groede herwaarts zijn verhuisd.

WATERING VAN ZUIDZANDE, 20ste BEGIN

 

DEN ZUIDOMMELOOPPOLDER.

In Maart 1730 overleed alhier Joost Warrhe, die gehuwd is geweest met Anna Luteijn. Hunne weezen hebben den timmer op 10 April 1731 voor f 1550 overgedragen aan Pieter Lombaard, wiens vrouw Janna Verbrugge overleed 2 Januari 1750. Lombaard heeft den timmer van deze, destijds door hem bewoonde, hofstede met de plantage op 21 April 1759 voor / 1550 overgedragen aan Jannes Verdouw, die er vervolgens heeft gewoond. Omstreeks 1762 is de timmer met de plantage door diens schuldeischers voor f 750 verkocht aan Isaac le Mahieu. In 1766 woonde hier Louis le Mahieu, later Jacob Casteleijn en Maria Cappon. De laatstgenoemden zijn in 1771 opgevolgd door Jacob Thomas en Suzanna Verdouw. De vrouw overleden 12 Augustus 1781, de man hertrouwd 3 Maart 1782 met Anna van de Putte. Deze vrouw gestorven 8 October 1786, de man 24 October 1809. ln 1810 gekomen Izaak de Koker en Cornelia Thomas. De man overleden 22 Mei 1812 en de vrouw 19 Februari 1813. De weezen in het gebruik gebleven tot 1827 en toen gekomen Abraham Jannes de Koker en Suzanna de Zoute. Dezen zijn in 1842 vertrokken naar Zuid-Beveland en opgevolgd door Jacobus Risseeuw en Johanna Leenhouts. De vrouw gestorven 5 Juni 1845, de man hertrouwd in 1846 met Tanneke Steenhart. Risseeuw overleden 21 Augustus 1875, de weduwe 27 Augustus1896. In het volgend jaar is de hofstede verkocht aan Pieter de Bruijne en Janneke Risseeuw te Cadzand en verpacht aan Pieter Risseeuw en Adriana Luteijn. In 1901 is hiereen nieuwe schuur gebouwd, die op 2 Oct. 1919 is afgebrand door het onweder. In 1922 gebleven de zoon Izaak Risseeuw en Janneke Brakman.

WATERING VAN ZUIDZANDE, 22ste BEGIN

 

DEN BROMPOLDER.

In 1688 woonde hier Barend Verstrate, die den timmer en de plantage met de baning van omtrent 60 gemeten pachtland den 10 April 1676 gekocht had van Jonkheer Cornelis de Boodt voor f 1800 boven de onkosten.

Op 29 April 1746 droeg Jan de Cant, die hier te voren had gewoond, den timmer voor f 600 over aan den toenmaligen bewoner Jannes van den Ameele, die hier nog woonde op 15 Februari 1752, toen hij den timmer en de plantage voor f 500 overdroeg aan Jannes Obijn. Obijn trouwde 22 Juli 1753 met Sara van Route en overleed 4 December 1771. De weduwe hertrouwde 6 Juni 1773 met Jasper Blansaart. De man gestorven 1 Maart 1787 en de weduwe hier gebleven tot 1792, toen zij is opgevolgd door haar zoon Jannes Obijn en Magdalena Casteleijn. De vrouw overleden 5 April 1813, de man hertrouwd 25 November 1813 met Adriana van Hecke. In 1825 zijn alhier gekomen Izaak Luteijn en Maria de Hullu, die in 1833 vertrokken zijn en in wier plaats toen zijn gekomen Abraham de Vlieger en Cathalijntje Risseeuw. Dezen verhuisden in 1851 naar de Berghofstede onder Zuidzande,en zijn toen opgevolgd door Izaak Luteijn en Magdalena Casteleijn, die in 1867 vertrokken naar den Capellepolder. Daarna werd de hofstede bekasteleind tot 1877, toen Izaak Luteijn hier terug is gekomen. Op 12 December 1877 hertrouwde hij als weduwnaar van Magdalena Casteleijn met Janna Verduijn, weduwe van Pieter Verhage. In 1889 gebleven de zoon David Luteijn en Anna de Hullu, die vertrokken in 1917 en opgevolgd zijn door hun zoon Izaak Luteijn en Maria Sara Leenhouts.

WATERING VAN ZUIDZANDE, 8ste BEGIN

 

DEN NIEUWEN SLUISPOLDER.

Waarschijnlijk is dit dezelfde hofstede als die, staande in den Sluispolder, wier timmer op 6 October 1758 door de erven van Jannes Casteleijn en Elizabeth Claerbaut voor f 950 mitsgaders f 50 voor de hekkens en den mestput werd overgedragen aan Cornelis Verhage.

Den 28 April 1804 is alhier gestorven Pieter Verhage. De weduwe Magdalena den Dekker hertrouwde op 17 Juli 1805 met Jannes Contant en vertrok toen naar onder Cadzand. Toen zijn hier gebleven de zoon Jacob Verhage en Cornelia Versluijs, die in 1815 verhuisden naar onder Groede en in wier plaats zijn gekomen ‘s mans broeder Jannes Verhage en Willemina Wittewrongel. De vrouw overleden 6 Februari 1819, de man hertrouwd 23 Maart 1820 met Levina Poissonnier. In 1845 gebleven hun zoon Cornelis Verhage en Maria Luteijn. De man gestorven 13 September 1864, de weduwe 21 Juni 1902. Daarop is de hofstede met 24 gemeten 287 roeden land voor f 22.600 verkocht aan David Abraham Risseeuw en Janneke Luteijn en in 1903 metterwoon betrokken door hun zoon Abraham Johannes Risseeuw en Sara Luteijn, die in 1915 zijn opgevolgd door hun zoon David Abraham Risseeuw en Francina Maria van Prooije.

WATERING VAN ZUIDZANDE, 23ste BEGIN

 

DEN OOSTBURGERPOLDER.

In 1857 kochten Izaak Luteijn en Maria de Hullu het arbeidershofsteedje van J.Verbrugge, bouwden er een nieuw huis en schuur en voegden er eenige landerijen bij van de door hen bewoonde hofstede. Vervolgens zijn hier gekomen hun zoon David Luteijn en Francina Bouwens. Dezen zijn in 1897 verhuisd naar den Grooten Loodijkpolder, en toen is hier gebleven hun zoon Abraham Luteijn, die in 1899 vertrok.

In ditzelfde jaar is eigenaar geworden diens broeder Pieter Luteijn, door wiende hofstede is verpacht aan Jacob Frederik Geluk en Cornelia Berrevoet, afkomstig uit Schouwen-Duiveland. Dezen zijn in 1913 vertrokken naar Kruiningen en opgevolgd door des eigenaars zoon David Luteijn en Magdalena Luteijn Davidsdochter.

WATERING VAN ZUIDZANDE, 28ste BEGIN

 

DEN SNELLEGEERSPOLDER.

In 1820 zijn Pieter de Bruijne en Sara Cappon uit den Antwerpenpolder verhuisd naar het arbeidershofsteedje van Jansen. De vrouw overleden 14 Mei 1828, de Bruijne 26 Januari 1864, bijna 96 jaar oud. Toen zijn er gekomen zijn kleinzoon Adriaan Luteijn en Anna de Bruijne, en heeft men er eenig land bijgevoegd van de hofstede van ‘s mans vader Pieter Luteijn. In 1908 is het echtpaar Luteijn-de Bruijne opgevolgd door hun zoon Izaak Luteijn en Cathalijntje Jozina Bouwens Jansdochter.

WATERING VAN ZUIDZANDE, 6de BEGIN

 

DEN GROOTEN TERWEPOLDER.

In 1875 hebben Jannes Kools en Leuntje Brasser op het hofsteedje, waar te voren ook ‘s mans vader had gewoond, een nieuw huis gebouwd, dat zij in 1876 metterwoon hebben betrokken. In 1884 zijn hier gekomen hun zoon Jacob Kools en Suzanna van Cruijningen, die er een nieuwe schuur hebben gebouwd en de landen vermeerderd. In 1900 gebleven hun zoon Abraham Kools en Magdalena Risseeuw, die in 1925 vertrokken en opgevolgd zijn door hun zoon Pieter Kools en Anna van Cruijningen.

CAPELLEPOLDER, 1ste BEGIN

 

DEN SLUIJSPOLDER.

In 1680 woonde op deze hofstede, wier huis blijkens de jaarankers van 1654 dagteekent, Noach Valcke, die gehuwd is geweest met Elizabeth Mehoude en omstreeks 1697 overleed. In hetzelfde jaar werd zij met 128 gemeten land voor f 11.50 per gemet boven alle lasten door den eigenaar Francisco Verhoeve te Brugge verpacht aan Jean Benteijn, geboortig van Wambrechies bij Rijsel. Na het overlijden van zijne eerste vrouw, Antoinetta Comblez of Cromblet, hertrouwde Bentejn op 18 Januari 1711 met Marie Florence Frelier. De man overleden omstreeks 26 April 1718, de vrouw omstreeks 9 Januari 1719.

Later heeft hier gewoond Pieter Celle, die omstreeks 1727 overleed. Diens erfgenamen hebben den timmer met de plantage op 15 Maart 1727 voor f 960 overgedragen aan Jannes Castelejjn en Anna Bentejn. De vrouw overleden 2 December 1729, de man hertrouwd 9 Juli 1730 met Maria Risseeuw. Deze vrouw overleden omstreeks 4 Maart 1733, de man hertrouwd 29 Mei 1735 met Elizabeth Claerbaut, die overleden is omstreeks 8 Juli 1739. De man overleden 30 Juli 1767 en gebleven diens zoon uit het tweede huwelijk Cornelis Castelejn, die op 13 December 1772 trouwde met Sara Hermans. De man gestorven 7 December 1800, de weduwe hier gebleven tot 1811 en toen opgevolgd door haar zoon Cornelis Casteleijn en Adriana Versluijs.

In 1846 gekomen hunne dochter Sara Casteleijn en Abraham Izaak van Cruijningen, die hier zijn gebleven tot 1867 en opgevolgd door de zuster der vrouw Magdalena Casteleijn, gehuwd met Izaak Luteijn. De vrouw overleden 28 December 1868. In 1877 gebleven de dochter Adriana Luteijn en Abraham Risseeuw. De vrouw gestorven 28 December 1888, de man 20 September 1889. In 1890 gekomen Pieter de Hullu en Willemina Cornelia Dorst, welke in 1898 verhuisden naar het hof De Bruine onder Schoondijke en opgevolgd zijn door Anthonie Willem Verplanke en Johanna Maria Risseeuw. Dezen zijn in 1916 vertrokken naar de Pannenschuur onder Nieuwvliet, en toen is het hof verpacht aan Cornelis Martinus Quaak en Elizabeth Scheele.

GROOTE LOODIJKPOLDER.

Op 22 December 1802 is op dit gedoe, zijnde een oude schaapstelle, gestorven Pieter de Maker. De weduwe Madeleine Cailleux hertrouwde 27 Mei 1804 met Pieter van den Broeke. In 1806 zijn dezen vertrokken naar onder Retranchement en alhier gekomen Jacob van Male en Elizabeth de Die. De man overleden 1 Februari 1814, de weduwe hertrouwd 18 November 1815 met Cornelis Israël. In 1823 is van dit gedoe een hofstede gemaakt en zijn er van Hoofdplaat op gekomen Pieter Antheunis en Angelina de Milliano. Na het overlijden van Antheunis is de vrouw hertrouwd met Pieter de Vogelaar. Deze beiden gestorven in 1832 en opgevolgd door Petrus de Grave en Angelina Imbo. De man gestorven in 1883 en hethofsteedje in perceelen verkocht.

GROOTE LOODIJKPOLDER

 

HET HOF COXIEDE.

Omstreeks 1680 woonde hier Antheunis Jansen.

Den 6 Juni 1698 droeg de eigenaar Francisco Verhoeve te Brugge den timmer dezer hofstede met de plantage voor f 1800 over aan de toenmalige bewoners Jan van de Riviere en Tanneke van de Vijver, aan wie Verhoeve tevens in pacht liet volgen 63 gemeten113 roeden land voor f 8 per gemet. Op 31 Mei 1703 droegen de erfgenamen van hetechtpaar van de Riviere - van de Vijver den timmer met de planlage over aan Jan Benteijn, die gehuwd was Willemina van de Riviere, dochter van Jan van de Riviere voornoemd. De man overleden in 1715, de vrouw hertrouwd 9 Februari 1716 met Hubrecht van Peenen. De vrouw overleden in September 1741. Op 12 October 1751 droeg van Peenen den timmer, staande oppachtland, met nog een arbeidershuisje voor f 2400 over aan zijn zoon Hubrecht van Peenen, die op 7 Mei 1752 als weduwnaar van Suzanna de Roy hertrouwde met Maria Tack. Deman overleden 19 December 1769, de weduwe hertrouwd 19 September 1773 met Hubrecht van Peenen Pieterszoon. De vrouw overleden 16 Nov. 1789, en de man vertrokken naar Zuidzande, alwaar hij een nieuw huis heeft laten bouwen, zijnde de tegenwoordige herberg De Roode Leeuw, en opgevolgd door Isaac Risseeuw, te voren molenaar te Zuidzande, en Catharina Maria van Peenen, aan wie haar moeder en stiefvader op 25 October 1789 voor f 9600 boven de onkosten hadden overgedragen den timmer en de plantage niet nog een arbeidershuisje in den Kleinen Loodijkpolder. Met den timmer volgden 106 gemeten 82 roedenpachtland. Risseeuw overleed 18 Jan. 1812. Tusschen 30 en 31 December 1829 is de schuur afgebrand met al de beestialen. De weduwe Risseeuw is overleden 5 Augustus 1831 en opgevolgd door haar zoon Hubrecht Risseeuw en Pieternella de Mersseman.

In 1836 zijn alhier gekomen Jacob Kools en Jozina Kools. In 1849 gebleven hun zoon Jannes Kools en Leuntje Brasser, die in 1876 zijn opgevolgd door hun zoon Jacob Koolsen Suzanna van Cruijningen. In hun plaats zijn in 1884 gekomen August de Smet en Mathilde Mabesoone. Na dezen in 1909 Albertus Maat en Suzanna Coruielia Meulbiok. De vrouwoverleden 22 Januari 1917, de man 18 September 1917; in 1918 zijn hier gekomen Emile Raesen Emma Verbeke.

GROOTE LOODIJKPOLDER.

Mogelijk is dit dezelfde hofstede, als die, welke omstreeks 1708 bewoond werddoor Jan Aljie en wier timmer met 127 à 128 gemeten pachtland door Aljie’s erfgenamen op 22 Mei 1709 voor f 4620 werd overgedragen aan Jannes van Ankum.

Omstreeks 1765 woonde hier Izaak van de Putte, die achtereenvolgens is gehuwd geweest met Adriana Michielsen en Anna Mallefas en wiens nagelaten kinderen den timmer met de baning van ruim 108 gemeten pachtland op 21 Mei 1765 overdroegen aan Jannes Visser. Deze is gehuwd geweest met Suzanna Borgonje, eerder weduwe van Pieter Adriaansen. De vrouw gestorven 27 December 1794. In 1796 gebleven de zoon Adriaan Visser en Cathalijntje Labyt. De vrouw overleden 4 April 1813, de man hertrouwd 17 November 1813 met Elizabeth de Veij. In 1815 is Visser vertrokken naar Oostburg en opgevolgd door Jannes de Bruijne en Maria van Houte. De vrouw overleden 7 Juni 1819, de man 30 Maart 1827.

In 1828 zijn hier gekomen Jannes Cappon en Maria Voskamp. De man gestorven 7 Maart 1840, de weduwe in 1842 vertrokken naar den Adornispolder onder Nieuwvliet, en in haar plaats gekomen Jacobus Bernardus van Damme en Martha Cornelia Wijffels. De man overleden 19 December 1854, de weduwe vertrokken in 1878 en opgevolgd door Jannes van der Meulen en Cathalijntje Elizabeth van de Putte. De vrouw overleden 3 Juni 1883. De hofstede is vervolgens in perceelen verkocht en van der Meulen vertrokken in 1884. Vervolgens is het hof door den kooper David Luteijn beboerd doch niet door hem metterwoon betrokken geworden. In 1886 is een nieuwe schuur gebouwd en in 1891 in plaats van het in 1888 afgebroken huis een nieuwe woning. Naderhand heeft hier gewoond de dochter van den eigenaar Cathalijntje Luteijn, weduwe van Hubrecht van Peenen. Deze overleed 6 Februari 1897, en in hetzelfde jaar zijn hier gekomen haar ouders David Luteijn en Francina Bouwens. De vrouw overleden 2 September 1898. In 1899 gebleven de zoon Abraham Luteijn en Elizabeth Suzanna Risseeuw, die in 1924 zijn opgevolgd door hun zoon Izaak David Luteijn en Neeltje Maria Basting.

EIJCKENPOLDER.

Hier woonde in 1669 Adriaan du Rie.

Op 20 Januari 1741 droegen Elias van de Riviere en zijn vrouw Willemina Schuijmers den timmer dezer hofstede voor f 1500 over aan Pieter Risseeuw en Suzanna Nuijting. In pacht volgden 95 gemeten 283 roeden land. De vrouw overleden 10 September 1746, de man hertrouwd 20 October 1748 met Johanna Wage. Deze vrouw overleden 9 December 1764, de man 14 Maart 1771. In 1773 gekomen uit den Henricuspolder onder Oostburg zijn zoon Isaac Risseeuw en Cornelia van de Putte. De vrouw gestorven 31 October 1797, de man later hertrouwd met Cornelia Rosseel. Risseeuw overleed 3 December 1813, de weduwe hertrouwd 19 October 1814 met Abraham Wage. In 1826 zijn hier gekomen Pieter de Hullu en Adriana Suzanna van Cruijningen. In 1861 is de schuur afgebrand door het onweder. De man overleden 15 Maart 1871, de weduwe 8 Maart 1875. Daarna is de hofstede met een deel van de landen verkocht aan Abraham Johannes Risseeuw te Zuidzande en verpacht aan diens zoon Abraham Johannes Risseeuw en Jozina van Cruijningen, die in 1880 vertrokken naar den Antwerpenpolder en opgevolgd zijn door Anthonie Abraham de Vlieger en Elizabeth Suzanna Rissceuw. In 1913 is het hof verkocht aan Adriaan Moggré en zijn alhier gekomen diens zoon Jacob Moggré en Magdalena Leenhouts. In 1928 zijn dezen vertrokken en opgevolgd door David Cornelis Almekinders en Elizabeth Fremouw.

 

EIJCKENPOLDER.

In 1869 is hier op een blok land van zijn vaders hofstede een hofstede gebouwd voor Hendrik de Hullu Pieterszoon en Jozina Kotvis. De vrouw overleden 3 Februari 1873, de man hertrouwd 21 Mei 1874 met Catharina Jozina Leenhouts. Dezen hebben de hofstede in 1875 verkocht aan Izaak Kotvis en Wilhelmina Luteijn, die hier vervolgens hebben geboerd. De man overleden 12 Januari 1898 en in hetzelfde jaar gekomen zijn dochter Pieternella Kotvis en Jannes Kools. Dezen zijn vertrokken in 1918 en gebleven hun dochter Willemina Kools en Abraham Risseeuw.

EIJCKENPOLDER.

Omstreeks 1860 hebben Izaak Kotvis en Maria de Hullu het hofsteedje gekocht van Jacobus Gillissen Verschage en Maria Wisse, dat destijds maar enkele gemeten groot was. Zij hebben er in 1863 een nieuw huis gebouwd en het gedoe met eenig land vergroot. Vervolgens hebben er geboerd hun zoon Izaak Kotvis en Wilhelmina Luteijn, die omstreeks 1875 zijn vertrokken naar een nabij gelegen hofstede. Daarop is het huis door verschillende personen bewoond geworden tot 1905, toen alhier zijn komen boeren Izaak Kotvis Abrahamszoon en Elizabeth Suzanna de Hullu.

 

 

ANTWERPENPOLDER.

Op 8 October 1668 verkocht de toenmalige bewoner Adriaan Casteleijn, wiens ouders Johannes Casteleijn en Leijntje Carels hier vroeger ook hadden gewoond, den timmeren de plantage dezer hofstede met de baning van omtrent 100 gemeten pachtland voor f 3900 aan zijn broeder Johannes Casteleijn, die gehuwd was met Jozina Datthijn. Dezen hebben er vervolgens gewoond. Den 19 Mei 1677 heeft Jozina Datthijn, die toen reeds weduwe was en op de Berghofstede onder Zuidzande woonde, de hofstede met omstreeks hetzelfde getal van gemeten pachtland overgelaten aan haar zoon Johannes Casteleijn, die eerst gehuwd is geweest met Janneke Verheecke en op 3 September 1681 hertrouwde met Tonijntje Danckaerts,weduwe van Jacob Doenssen.

Den 3 Maart 1695 verkocht de toenmalige bewoner Jacobus Casteleijn den timmer met de baning van 130 à 132 gemeten pachtland aan Gillis van Cruijningen, die den 4 April van hetzelfde jaar trouwde met Suzanna de le Lijs. Dezen hebben hier vervolgens gewoond. Den 5 April 1704 droegen hunne weezen den timmer en de plantage met 116 gemeten pachtland voor f 3600 en f 300 voor de hekkens en heiningen over aan Jan de le Lijs, die gehuwd is geweest met Anna Pacquet. De nagelaten kinderen van dezen droegen den timmer op 16 Mei 1713 voor f 3120 over aan Pieter Benteijn, die hier vervolgens heeft gewoond en in 1715 trouwde met Maria Casteleijn. De man gestorven in December 1734, de vrouw hertrouwd 18 Februari 1736 met Gideon van Melle, weduwnaar van Maria Erasmus. Na het overlijden van de vrouw in April 1736 droegen de erfgenamen Benteijn op 10 Juli 1736 den timmer, de plantage er nog een arbeidshuisje over aan genoemden van Melle, Na het overlijden van Gideon van Melle, die op 18 Februari 1756 overleed, droegen zijn executeur-testamentair op 13 April 1756 den timmer, de plantage en het arbeidershuis voor f4200 over aan Isaac le Mahieu en Cathalijntje Tack. De vrouw overleden 2 December 1759. Le Mahieu hertrouwde 3 Augustus 1760 met Maria Magdalena Becu, weduwe van Jozias Risseeuw. De vrouw overleden 27 Maart 1761, de man hertrouwd 9 Mei 1762 met Anna Casteleijn.

In 1771 zijn dezen vertrokken naar onder Groede en opgevolgd door Pieter de Hullu en Anna Claerbaut, aan wie de timmer, plantage en mestput op 18 Augustus 1770 waren overgedragen voor j 7200. De vrouw overleed 21 Juni 1793, Pieter de Hullu 18 December 1795. Daarna gebleven hun zoon Pieter de Hullu, die op 18 Maart 1796 trouwde met Janneke Casteleijn. in 1829 zijn die vertrokken en gebleven hun zoon Jannes de Hullu en Cathalijntje Risseeuw. De man overleden 20 September 1831, de weduwe hertrouwd 5 Juni 1833 met Abraham de Vlieger. In hetzelfde jaar gekomen Izaak Luteijn en Maria de Hullu, dochter van Pieter de Hullu en Janneke Casteleijn voornoemd. De man gestorven 16 December 1865, de weduwe 18 Juni 1884. Toen is de hofstede aanmerkelijk verminderd van landen, die meest in gebruik zijn genomen door David Luteijn Izaakszoon, en zijn alhier gebleven diens broeders Pieter en Abraham Luteijn, zoons van Izaak Luteijn en Maria de Hullu, hiervoor genoemd. De gebroeders Luteijn zijn beiden ongehuwd overleden, Pieter 22 Maart 1907, Abraham 30 October 1920. Laatstgenoemde heeft de hofstede gelegateerd aan zijn neef David Luteijn Davidszoon, molenaar te Zuidzande, die haar verpacht heeft aan zijn zoon David Luteijn en Neeltje Sara Cijsouw.

 

ANTWERPENPOLDER.

Omstreeks 1660 woonde hier vermoedelijk Abraham Arentsen Decker, die in het genoemde jaar als weduwnaar van Martijnken de Rath hertrouwde met Neeltje Erasmus Cornelisdochter en door zijn huwelijk met deze laatste vrouw de stamvader is geworden van de familie Haartsen.

Op dit hof woonden in 1758 Jannes Verhage en Sara Lombaard, eerder weduwe van Daniel van Houte. Verhage overleden 14 November 1758. Den 1 Februari 1760 droeg Sara Lombaard den timmer en de plantage van deze, des tijds nog door haar bewoonde hofstede,voor f 1500 over aan haar zoon David van Houte, die den 8 Juni 1760 trouwde met Abigail Lombaard. De vrouw gestorven 22 December 1784?, de man omstreeks 1788 vertrokken naar de Brugschevaartpolder en opgevolgd door Marinus Wisse en Adriana Eckebus. In 1796 gekomen Pieter de Bruijne en Sara Cappon, in 1820 hunne dochter Sara de Bruijne en Pieter Luteijn, in 1865 de zoon van dezen, David Luteijn, en Carolina Melanie de Bruijne. In hetzelfde jaar is de hofstede van landen verminderd. In 1872 werd alhier een nieuw woonhuis gebouwd. David Luteijn overleden 31 Januari 1896, de weduwe gebleven tot 1902 en alsdan gekomen haar zoon Pieter Luteijn en Sara van der Meulen.

ANTWERPENPOLDER.

In 1669 woonde hier waarschijnlijk Maarten Carpentry, in 1676 waarschijnlijk Denijs de Brabander.

Op 4 Febr. 1757 droeg Abraham de Smidt den timmer dezer, toentertijd door hem bewoonde, hofstede, met een arbeidershuisje, genaamd 'Pluimt den uil', voor f 1500over aan Abraham van Houte en Elizabeth Butin. In pacht volgden 134 gemeten 63 roeden land. In 1788 zijn in hunne plaats gekomen hunne dochter Elizabeth van Houte en Abraham de Hullu Nicolaaszoon, die den timmer en het arbeidershuis hadden overgenomen voor f 9000.De man overleden 3 Maart 1829, en gebleven zijn dochter Elizabeth de Hullu, weduwe vanAbraham Risseeuw, die op 20 November 1834 hertrouwde met Daniel du Mez.

In 1837 gekomen haar zoon Abraham Johannes Risseeuw en Sara Adriana Kotvis, die in 1867 zijn opgevolgd door hunne dochter Elizabeth Suzanna Risseeuw en Jannes de Hullu. De vrouw gestorven 12 Februari 1887. In 1891 is het hof verpacht aan Cornelis Heijboer en Jacoba Louwerse, beiden afkomstig uit Zuid-Beveland. In 1897 is het in perceelen verkocht,de timmer met ruim 38 gemeten land aan Izaak Cappon Izaakszoon te Cadzand, die het heeft verpacht aan zijn neef Jannes Cappon en Anthonetta Neeltje Cijsouw.

ANTWERPENPOLDER.

In 1669 woonde hier waarschijnlijk Jacob Pauwels, in 1676 waarschijnlijk Jan Huijge, in 1723 waarschijnlijk Jacob Gijsels.

In 1762 is hier gekomen Jacob de Back, aan wien de eigenaresse Cornelia Anna Dibbetz, weduwe van Jacob van Weenegem, op 10 October 1769 voor f 3600 overdroegden timmer en de plantage, bestaande uit omtrent 256 olme-, 43 wilge-, 4 essche- en 70 fruitboomen, benevens den mestput. De vrouw van de Back, Magdalena Thomas, overleed 9September 1772, de man hertrouwde 8 Juli 1773 met Maatje Adriaansen en, nadat deze vrouw op 30 Juni 1776 was gestorven, den 3 Mei 1778 met Maria Verdouw.

Den 11 September 1794 stierf hij zelf, waarna de weduwe op 28 Juni 1797 hertrouwde met Pieter Taillie. In 1802 zijn hier in de plaats gekomen Abraham Risseeuw Jacobuszoon en Jozina van Houte. De vrouw gestorven 16 December 1827, de man 15 Mei 1832. In 1836 zijn hier gekomen Izaak Kotvis en Maria de Hullu, die in 1848 vertrokken naar den Sint Jorispolder en opgevolgd zijn door Johannes Kotvis en Elizabeth de Hullu, in wierplaats in 1870 gekomen zijn Izaak Abraham Risseeuw, zoon van den eigenaar Abraham Johannes Risseeuw, met Suzanna van Cruijningen. In 1872 is alhier een nieuw woonhuis gebouwd.

In 1880 zijn Izaak Abraham Risseeuw en Suzanna van Cruijningen vertrokken en inhun plaats gekomen hun broeder en zuster Abraham Johannes Risseeuw junior en Jozina van Cruijningen. De man overleden 4 April 1889 en uit Tholen gekomen Cornelis Jacobus Geluk en Helena Jacoba Mol, die in 1906 zijn opgevolgd door Maarten Cornelis van Nieuwenhuijzen en Jannigje Gores, afkomstig uit Steenbergen. In 1921 is de timmer met een deel van de landen verkocht aan Pieter van Cruijningen en Maria Cappon, en in hetzelfde jaar verpacht aan hun zoon Pieter van Cruijningen en Magdalena Suzanna de Hullu.

ANTWERPENPOLDER.

In 1869 hebben Johannes Kotvis en Elizabeth de Hullu op een arbeidershofsteedje een nieuw huis laten bouwen, waarin zij in 1870 zijn komen wonen. Uit dit bedrijf is in vervolg van tijd door vermeerdering van land een hofstede geformeerd. In 1886 zijn hiervan onder Groede bij haar ouders komen inwonen de dochter Elizabeth Kotvis en Johannes Risseeuw. Elizabeth de Hullu overleed 28 September 1889, Johannes Kotvis 18 Januari 1901. In 1905 zijn Johannes Risseeuw en Elizabeth Kotvis van hier vertrokken en opgevolgd door hunne dochtet Elizabeth Risseeuw en Abraham Cornehis Cijsouw.

SINT JORISPOLDER.

Op 2 Mei 1681 droeg de eigenaar Jonkheer Cornelis de Boodt den timmer dezer hofstede, staande op pachtland, met de plantage voor f 1700 over aan Jacob Gilliszoon van Cruijningen, die op 20 December 1682, als weduwnaar van Cathalijntje Coutry, hertrouwde niet Maria Louijssen van der Meulen, weduwe van Leendert Duijtschert.

Dezen hebben er nadien op gewoond en verkochten den timmer op 19 December 1695 aan Hubrecht van Peenen. Van Peenen heeft den timmer op 8 Januari 1717 voor ƒ 2900 verkocht aan den toenmaligen bewoner Pieter du Bois, die eerst gehuwd is geweest met MariaClaerbaut en na het overlijden van deze vrouw op 2 Februari 1721 hertrouwde met LeijntjeSchout, geboortig van Serooskerke in Walcheren. Deze vrouw overleed in Februari 1732, waarna du Bois op 8 Februari 1733 hertrouwde met Cathalijntje Thienpond. De man overleden 7 October 1752, de weduwe 29 Augustus 1764. Na dien heeft hier gewoond Cornelis du Bois, vermoedelijk haar zoon, die in 1772 is opgevolgd door zijn broeder Jannes du Bois en Jozina Poppe. De man gestorven 11 October 1799, de weduwe hertrouwd 19 Februari 1801 met Jannes de Zeeuw. De vrouw overleden 23 September 1821. In 1831 zijn hier als pachters gekomen Jannes van de Plassche en Elizabeth le Grand. In 1835 is de hofstede voor 5 145per geniet verkocht aan Jacob Frelier en Elizabeth Cappon. Frelier gestorven 27 October 1858, de weduwe 28 Augustus 1868. Toen is de hofstede onder de erfgenamen verdeeld en zijner op gekomen Abraham Luteijn Pieterszoon en Elizabeth Frelier, dochter van Jacob Frelier voornoemd. Luteijn overleed 29 Maart 1877. De weduwe hier gebleven tot 1890 en opgevolgd door hare dochter Elizabeth Luteijn en Cornelis Verhage. De man gestorven 13 Februari 1911,de weduwe vertrokken in 1913 en in haar plaats gekomen haar zoon Jannes Verhage en Elizabeth Poissonnier.

SINT JORISPOLDER.

In 1869 is op land van zijn moeders hofstede een hofstede gebouwd voor Jannes Frelier, die op 9 November 1870 trouwde met Elizabeth Risseeuw. Frelier overleden 25 October 1878, de weduwe hertrouwd 19 October 1882 met Daniel Bonte. In 1911 zijn zij vertrokken en in hun plaats gekomen Willem Jannes de Groote en Janna van Strien, die in 1918 zijn opgevolgd door Augustus Aerts en Rosalia Dorothea de Wad. In 1920 is de schuur afgebrand. In 1925 heeft Aerts de hofstede met 44 gemeten land voor 5 60.000 verkocht aan Leendert de Regt van Zaamslag en Maria de Bruijne van den Hoek, die er toen op zijn gekomen.

SINT JORISPOLDER.

Dit is waarschijnlijk dezelfde hofstede als die, waarvan Neeltje Erasmus, weduwe van Jacob Huijge, den timmer met een klein huisje en de baning van 111 gemeten pachtland op 29 Januari 1670 overdroeg aan Adriaan Vereecke de jonge, die gehuwd was met wijlen haar mans zuster Adriana Huijge.

Omstreeks 1683 woonde hier Pieter Sohier de oude, aan wien de verbandhouders den timmer op 7 Augustus 1683 hebben overgedragen voor 5 1000. Sohier overleed omstreeks 1699, zijn weduwe Elizabeth Pruijs hertrouwde 22 Aug. 1700 met Abraham de Kramer. De man overleden omstreeks 1711. De weduwe droeg den timmer en de plantage op 8 Juni 1728 voor ƒ 1506 over aan Pieter Risseeuw en Suzanna Nuijting Johannesdochter, die in 1741 vertrokken zijn naar den Eijckenpolder. Later hebben hier gewoond hun zoon Jannes Risseeuw en Suzanna Nuijting Joziasdochter, aan wie Pieter Risseeuw voornoemd den timmer, de plantage en nog een arbeidershofsteedje op 10 Juli 1761 heeft overgedragen voor ƒ 3000. Jannes Risseeuw overleden 24 Maart 1796, de weduwe gebleven tot 1811, en opgevolgd door David Kotvis en Suzanna Risseeuw Izaaksdochter. De man overleden 17 September 1846.

In 1848 gekomen zijn zoon Izaak Kotvis en Maria de Hullu. Na het overlijden vanden eigenaar Johan Schansman heeft Izaak Kotvis van eenigen der erfgenamen een groot deel van de hofstede gekocht en is het deel van twee der erfgenamen er na een langdurig proces van afgetrokken. In 1880 is de schuur afgebrand door het onweder. Kotvis overleden 27 April 1892, de weduwe 8 September 1899. In 1898 waren hier reeds gekomen haar kleinkinderen Abraham Luteijn Davidszoon en Anna Luteijn Abrahamsdochter, die in 1900 vertrokken naar een nieuw gebouwde hofstede en opgevolgd zijn door David Luteijn Pieterszoon en Wilhelmina Luteijn Abrahamsdochter, in wier plaats in 1922 zijn gekomen hun nicht Pieternella Luteijn Abrahamsdochter en Anthonie Pieter Aarnoutse.

 

SINT JORISPOLDER.

 

In 1900 hebben David Luteijn en Suzanna Kotvis een hofstede gebouwd voor hunzoon Abraham Luteijn en Anna Luteijn.

SINT JANSPOLDER.

In 1871 is op een kavel land van de hofstede van Wilhelmina de Hullu, weduwe van Abraham Luteijn, een hofstede gebouwd voor hare dochter Wilhelmina Luteijn en Abraham de Hullu, die hier hebben gewoond tot 1919. Daarna is het hof eenigen tijd bekasteleind geworden. In 1925 zijn hier van onder Groede gekomen Jacobus Johannes Nieuwenhuise en Stoffelina Leuntje van Strien.

SINT JANSPOLDER.

In 1669 woonde hier Jan Robijn.

In 1698 woonden hier Jan Robijn en Jerijntje van Dale, die den timmer met de plantage en de baning van omtrent 80 gemeten land in dat zelfde jaar aankochten voor ƒ3600.

Op 20 Januari 1741 droeg Dina Baron, weduwe van Jan Robijn, den timmer en de plantage voor ƒ 1000 over aan Jan Robijn Janszoon en Kaatje de Bel. Deze vrouw overleed 19 December 1775. In 1785 zijn hier in plaats van de erven Robijn gekomen Abraham Viënne en Maria le Mahieu. De vrouw overleden 21 Mei 1801, de man hertrouwd 19 October 1802 met Esther Vermeulen, die in 1812 vertrokken naar Oostburg en toen zijn gebleven de zoon Abraham Viënne en Elizabeth Goethert. Dezen zijn in 1815 vertrokken naar den molen te Breskens, van waar hierheen zijn gekomen Jannes Andriessen en Johanna Luteijn. In 1827 gekomen Abraham Luteijn en Wilhelmina de Hullu. De man overleden 9 Aug. 1849, de weduwe gebleven tot 1872, en opgevolgd door haar zoon David Luteijn en Suzanna Kotvis. In 1895 hebben dezen het huis afgebroken wegens een geschil met de eigenaresse van den grond, waarop de gebouwen stonden, en een huis gebouwd aan de overzijde van den dijk in den Lijsbettepolder, en in het jaar 1896 is bij dat nieuwe huis ook een nieuwe schuur gebouwd. In 1896 heeft de eigenares aan Luteijn den betwisten grond verkocht, die daarna bij de oude schuur, welke hij had laten staan, weder een huis heeft gebouwd. In 1902 zijn hier gekomen zijn zoon Pieter Luteijn en Jozina Cathalijntje Bouwens.

LIJSBETTEPOLDER.

Omstreeks 1902 zijn op deze in 1895 en 1896 gebouwde hofstede gekomen David Luteijn en Suzanna Kotvis, die in 1908 vertrokken en opgevolgd zijn door hunne dochter Wilhelmina Luteijn en Pieter Cornelis. De man overleden 13 December 1925.